Mt. 4, 12 – 22
Bijbellezingen: Jesaja 49, 1-7 en Mattheüs 4, 12-22
Datum: 25 januari 2026 Overweging door: Els Vis
Een licht voor de wereld zijn
Ik zal je maken tot een licht voor de wereld. Ik zal je maken tot een visser van mensen. Zo worden wij aangesproken vandaag. Dat klinkt heel verheven, maar laten we proberen die woorden meer alledaags te maken, tot een boodschap voor ons concrete leven hier en nu.
In de tijd van Jesaja speelt dat concrete leven zich af in de ballingschap. Duistere tijden van vervlogen hoop, van verlangen naar een leven in vrede en vrijheid. Jesaja spreekt in naam van de dienaar die geroepen is en nu gehoor geeft aan die roeping om een licht te zijn. Om zijn volk voor te gaan en weg te trekken uit Babel. Maar stel je nou eens voor dat jij die dienaar bent. Ongeboren nog, werd je al geroepen bij je naam. Werd je rijk bedeeld met allerlei kwaliteiten: gemaakt tot een puntige pijl, erop gericht om te doen wat nodig is, om te doen waartoe jij geroepen bent. “In jou toon ik mijn luister,” zo spreekt God tot de dienaar. In jou, in jou, in mij wordt Gods licht zichtbaar. Licht van Liefde.
We zijn gevormd, al in de moederschoot, we hebben het allemaal in ons om die mens naar Gods beeld te zijn, maar we horen de roep niet altijd. Druk als we zijn met overleven, bang als we zijn om te geloven dat we werkelijk iets voorstellen. En als we wel de roepstem volgen, is dat geen garantie voor succes. Ik heb me afgemat, zegt de dienaar, ik ben doodop en het is allemaal voor niets geweest. De wereld verandert toch niet. Mensen die in cynisme vervallen, we kennen ze, we zijn het misschien soms ook zelf.
Toch laat de dienaar in Jesaja zich daardoor niet uit het veld slaan. Zeker, af en toe ziet hij het helemaal niet meer zitten, maar diep van binnen gelooft hij dat liefde, recht en goedheid het zullen winnen van het kwaad. Misschien niet in zijn leven, maar mogelijk wel in de levens van mensen na hem. En dat is voor hem voldoende motivatie om door te gaan. Dat is nodig, want het gaat niet alleen om het geluk en welzijn van zijn eigen volk, - dat is nog maar het begin schrijft Jesaja -, nee, het gaat hier om het geluk van ieder mens, behorend tot verre en vreemde volken, levend tot aan de einden van de aarde. Ieder mens heeft het aangeboren recht om vrij en gelukkig te zijn, waar ook ter wereld.
Nu is het bepaald niet de beste tijd voor wereldwijde eenheid en solidariteit. We leven in een tijd van verbaal- en oorlogsgeweld, van landje pik en het recht van de sterkste. Het lijkt alsof we niet alleen dat aangeboren recht van ieder op een vrij en gelukkig leven zijn vergeten, maar ook die aangeboren kwaliteit van ieder om een licht te zijn. We gaan mee in de vaart der volkeren, in de waan van onze wereld en zijn niet de dienaar van liefde en recht, maar de knecht van de wereldlijke macht. Want, wat kunnen wij in onze kleinheid doen tegen alle haat en onrechtvaardigheid?
En toch ... je bent uitgekozen. Jij, en jij, en jij, en ik. Geroepen bij je naam. Juist in je kleinheid, in je nietigheid, is van Godswege in jou een roeping gelegd. Marianne Williamson heeft daar prachtig over geschreven. We kennen het allemaal, maar het is goed om het zo af en toe eens hardop te laten klinken: “Het is ons licht, niet ons duister dat ons het meest beangstigt. We vragen onszelf af: wie ben ik, om briljant, slim, getalenteerd en prachtig te zijn? Maar wie ben jij om dat niet te zijn?! Je bent een kind van God. Je dient de wereld niet met jezelf klein houden. We zijn allemaal bedoeld om te stralen, zoals kinderen doen. We zijn geboren om het licht van God, dat in ons is, tot uitdrukking te brengen.”
Het zouden de woorden van Jezus kunnen zijn. Hij zegt: “Kom tot inkeer, want het koninkrijk is nabij.” Oftewel: Verander van je gedachten dat het allemaal niets voorstelt. Het licht van God is in jou, laat het schijnen! Dat is de ommekeer: een verandering van richting door één mens is een stapje dichter bij de ommekeer die kan leiden tot het herstel van de wereld. Een wereld naar Gods bedoeling.
De vissers hoeven er geen moment over na te denken als Jezus langsloopt en hen roept om Hem te volgen. Er moet een óngekénde aantrekkingskracht van Hem zijn uitgegaan. Ze werden geroepen bij hun diepste naam, gevormd als ze waren in de moederschoot, behept met talenten en kwaliteiten, gemaakt tot een puntige pijl die doel treft, die tot bestemming komt. Wat opvalt is dat het broers zijn. Jezus volgen is geen sinecure. Een ommekeer realiseren naar een nieuwe wereld die komen zal, maar nog niet is, dat vraagt doorzettingsvermogen. En dat kun je niet alleen. Daar heb je broers en zusters voor nodig. Wij weten dat uit ervaring.
Ja, hoe zit het nu eigenlijk met ons? Een licht voor de wereld? Vissers van mensen? Marjan Slob schreef laatst: “Een mens is als een musje zo klein tegenover de grote kwesties van onrecht. Maar je kunt altijd, altijd leven naar wat je liefhebt en daar uitdrukking aan geven.” Met alle kwaliteiten die je hebt leven naar wat je liefhebt en daar uitdrukking aan geven: dat is een licht zijn. Dat is mensen opvissen uit eenzaamheid, verdriet of reddeloosheid.
En als ik dan toch aan het citeren ben; Nick Cave schreef het zo: elke daad van liefde, hoe klein ook, duwt de duivel terug in zijn hol. Want iedere kleine daad zegt dat de wereld en haar bewoners het waard zijn om verdedigd te worden. Zegt dat het de moeite waard is om in de wereld te geloven. Na verloop van tijd, misschien in een tijd na ons, komen we erachter dat dit ook zo ís.