Mt. 4, 1 – 11
Veertigdaagse heenreis
Veertig dagen en veertig nachten. In de Bijbel is dit geen letterlijke tijdsaanduiding, maar theologische tijd. Geënt op de veertig jaren waarin het volk Israël door de woestijn trok. Waarin het werd beproefd om Gods volk te worden. Want eenmaal uit Egypte bevrijd, moest het met die vrijheid leren omgaan, moest het leren wat het betekent om die vrijheid te dragen. Veertig dagen en veertig nachten duiden in Bijbelse zin op een crisis, een woord dat vanuit het Grieks de betekenis heeft van onderscheiden en beslissen. Je wordt beproefd op de keuzes die je hebt gemaakt. En de beproever, dat duiveltje op je schouder, zaait twijfel, stookt onrust. Daar zit je natuurlijk niet op te wachten, je wilt leven met wind mee, dat de dingen gaan zoals jij ze had voorgesteld. Maar een crisis (ja, ook in meervoud) maakt deel uit van ieder mensenleven. En dat is maar goed ook.
Het is niet voor niets dat de Geest zelf Jezus naar de woestijn voert om beproefd te worden. De duivel wil heel graag weten hoe Jezus ervoor staat. Of hij wel stevig in zijn schoenen staat om zijn roeping waar te maken, om zijn levenskeuzes ook echt te leven. Een soortgelijke crisis hebben wij zelf vast ook meer dan eens ervaren. Maar bedenk: een crisis is altijd gericht op toekomst, op een nieuwe start. Het is een periode van bezinning en onderscheiding die vooraf gaat aan een nieuwe fase. We hebben het nodig om vooruit te komen in het leven.
Jezus is gedoopt en daarbij door God erkend als zijn geliefde zoon. Je zou zeggen: Dat opent vele deuren, biedt onbegrensde mogelijkheden. The sky is the limit. Maar zo simpel ligt dat niet. Ik weet niet of iemand hier de film Bruce Almighty heeft gezien ... Hierin geeft Bruce, een tv-presentator, God de schuld van al zijn problemen en dan stelt God voor: je mag een week lang mijn macht gebruiken als je denkt het beter te kunnen dan ik. Het maakt hem overmoedig en egoïstisch. Hij gebruikt Gods macht volop om zijn eigen zin te krijgen. Om er vanaf te zijn verhoort hij ondertussen alle gebeden die aan hem worden gericht, wat ontaardt in totale chaos. Die goddelijke macht wordt gaandeweg voor hem een loden last.
Macht en hoe die uit te oefenen, daarom draait het in de beproevingen die Jezus ondergaat. Hij is Gods geliefde zoon, die status geeft hem ongekende macht en de duivel wil wel eens zien hoe hij die macht inzet. Of hij hem ertoe kan verleiden die macht voor eigen gewin te gebruiken. Drie keer stelt de duivel hem op de proef. Drie keer weerstaat Jezus zijn beproever door zich vast te houden aan de lessen die het volk van God ooit leerde tijdens zijn tocht door de woestijn.
Zo zet hij zijn macht niet in om een wonder te laten gebeuren en zo zijn eigen honger te stillen, want – zo zegt de Thora – een mens leeft niet van brood alleen, maar ook van het woord van de Ene en dat woord zegt: hou het brood niet voor jezelf, maar verzamel het en deel het met anderen. Hij misbruikt Gods macht niet om te showen, om ermee te pronken door van het dak te springen in het vertrouwen door Gods engelen te worden opgevangen. Want – zo zegt de Thora – de Ene zúl je niet op de proef stellen. En alle koninkrijken en schatten op aarde? Ach, die wereldlijke macht is niet waar het Jezus om te doen is. En belangrijker nog: die macht hangt samen met het aanbidden van de tweedrachtzaaier wat direct indruist tegen de Thora, want die zegt: “alleen voor de Ene zul je je neerwerpen en dienen Hem alleen”. En de Ene dienen doe je door je leven in dienst te stellen van mensen in hun noden en door rechtvaardig te handelen. Jezus blijft dus trouw aan de Ene, aan de Thora, aan de weg die hij is ingeslagen. Hij weerstaat de beproevingen en de duivel laat hem – voor nu – met rust.
Deze veertigdagentijd is onze woestijntijd. Een tijd – als we daarvoor kiezen – van leegte, eenzaamheid en stilte waarin we een crisis cadeau kunnen krijgen. Een uitnodiging om te onderscheiden of we onze keuzes nog kunnen leven, of we nog aangehaakt zijn op die stem van binnen die ons wijst op onze bestemming daarbuiten. Dorothee Sölle schreef: “De weg naar binnen, de heenreis, gaat noodzakelijkerwijs vooraf aan de terugreis, de reis naar het alledaagse, de sociale werkelijkheid, de ego-loze solidariteit. De diepgang van de heenreis moet de terugreis voeden en uitzuiveren.”
De veertigdagentijd is de heenreis, de reis naar binnen. Naar de innerlijke rust om uit te zuiveren wat je terugreis wordt, naar de innerlijke onrust die je beproeft: wat heb je ervoor over om daar te komen waar je wilt zijn? Kun je trouw blijven aan je principes, je blik gericht houden op je bestemming?
Op Aswoensdag verscheen in de Verenigde Staten een document onder de naam ‘Oproep aan christenen in een crisis van geloof en democratie’. Een groep progressieve evangelicalen roepen geloofsgenoten op om trouw te zijn aan Jezus’ boodschap van barmhartigheid. Ze zien het als een beslissende test van hun trouw aan Jezus om zich uit te spreken tegen mensen die zijn bezweken voor de verleiding van absolute macht, tegen een politiek van uitsluiting, tegen een hardvochtige en onderdrukkende overheid. Zij leggen hun medechristenen een crisis in de schoot, een oproep om te onderscheiden: wie wil je volgen? Jezus Christus of Donald Trump – overigens zonder zijn naam te noemen. Zij geven gehoor aan hun heilige onrust, kijken niet weg, zwijgen niet langer. Zij weten zich naar eigen zeggen toegerust door Jezus met moed en standvastigheid, om op te komen voor recht en vrede. Een hoopvolle en inspirerende ontwikkeling.
Ik wens ons allen een goede crisis toe. Dat we, op de heenreis die we deze veertig dagen maken, erbij blijven: bij onze rust en bij onze heilige onrust. Mag het ons sterken en kracht geven voor de terugreis, naar waartoe we ook geroepen worden. Op weg, steeds weer, naar nieuw begin.