Joh. 11, 1 – 44

Els Vis

Er is leven na de dood

Van iemand die stomdronken is, wordt ook wel gezegd: “Hij is compleet lazarus.” Oftewel laveloos. Levenloos. Verslavingen hebben die neiging: ze trekken je weg uit het leven. Een uitweg vaak. Omdat het leven te ingewikkeld is, te zwaar of te eenzaam. En dan drink je jezelf laveloos. Zit je de hele dag in het casino achter een gokkast. Kijk je urenlang filmpjes op TikTok. Gebruik je drugs om de dag aan te kunnen. Van overheidswege wordt geprobeerd verslavingen tegen te gaan. Met hulpprogramma’s, verbod op reclames van drank en sigaretten, hoge accijnzen, wetgeving om jonge mensen van social media te weren. Maar uiteindelijk ben jij het zelf die de omkering moet maken. Jij moet opstaan uit een verslaving die geen leven geeft, uit datgene wat jou van het leven weghoudt.

Nadenkend hierover stelde ik mezelf de vraag: ben ík wel eens levenloos geweest? Niet laveloos, dat is weer een ander verhaal. Maar levenloos, in de zin van: er zijn, maar er toch ook niet zijn. In mijn huwelijk met mijn eerste echtgenoot, heb ik mezelf heel klein laten maken. Dat ging niet van de een op de andere dag. Het was een geleidelijk proces, waarin hij steeds dominanter werd en ik steeds kleiner. Zó klein tot ik op een dag als het ware niet meer bestond. Op mijn 35e verjaardag werd ik door mijn man doodgezwegen. Ik kreeg geen kus, geen felicitatie, geen cadeautje. Het leek alsof ik opgehouden was te bestaan. Het werd de dag van mijn opstanding. Op die dag was er iets in mij dat mij riep: “Kom naar buiten.” Niet dat dit meteen op die dag ook gebeurde. Maar het was het begin van nieuw leven. Een heel moeizaam en pijnlijk begin. Als ik voor me zie hoe Lazarus naar buiten moet zijn gestrompeld, met zijn handen en zijn voeten gebonden, een doek voor zijn gezicht ... Een treffend en aangrijpend beeld van iemand die weer zelf moet leren lopen, die zijn gezicht niet langer moet bedekken, maar zichzelf moet laten zien, naar zichzelf moet durven kijken. Jezelf losmaken uit een ongelukkige verbintenis, uit een verslaving, uit een leven dat geen leven geeft,- dat gaat vaak schuifelend, tastend, zoekend.

In het evangelieverhaal roept Jezus omstanders op, om de doeken los te maken waarin Lazarus is gewikkeld. Je hebt anderen nodig om je te ont-wikkelen. Om weg te trekken uit jouw eigen Bethanië, jouw huis van ellende, naar een huis van liefde en vrede. Je hebt anderen nodig. Maar zonder die vonk die in jou oplicht, zonder die innerlijke roepstem om op te staan, zal die weg ten leven zich niet ontvouwen. In het verhaal van Johannes wordt Jezus drie keer aangeklaagd alsof hij er verantwoordelijk voor zou zijn dat Lazarus is gestorven. Marta en Maria verwijten hem allebei dat hij te lang heeft gewacht en dat hun broer daarom nu dood is. Omstanders vinden dat hij de dood van Lazarus best wel had kunnen voorkomen. Hij had immers al meer wonderen verricht. Het is een veel voorkomend verschijnsel, anderen de schuld geven voor iets wat ons is overkomen.

Soms ontbreekt het ons aan zelfinzicht, soms is het onvermogen, maar hoe dan ook is het de gemakkelijkste uitweg. We leggen de verantwoordelijkheid voor onszelf bij de ander. Jezus stoort zich hieraan. Hij is namelijk niet gekomen om wonderen te doen. Om dingen die verkeerd zijn gegaan even snel te fixen. Jezus doet een appel op ons geloof: “Wie in mij gelooft, zal leven.” En dat is geen passief geloof, maar geloof dat gekoppeld is aan bevrijdend handelen. Het begint altijd met de vraag: Geloof je? Geloof je dat je een geliefd kind van God bent? Geloof je dat je de moeite waard bent? Geloof je in een samenleving waar ieder mens telt? Geloof je in een wereld van solidariteit en gerechtigheid? Geloof je dat? Want vanuit dat geloof, al is het maar een klein vonkje, ontstaat de beweging naar bevrijding.

Neem het moedige Iraanse volk. Monddood onder een verstikkend en onderdrukkend regime. Het ging in het verleden al vaker de straat op om in opstand te komen. Tegen de sluiting van kranten, tegen frauduleuze verkiezingsuitslagen, voor vrijheid en gelijke rechten van vrouwen. Vanuit geloof in verandering heeft dit volk telkens weer de roepstem gevolgd: “Kom naar buiten”. Begin dit jaar ging het opnieuw massaal de straat op om te protesteren tegen de regering. Naar verluidt verloren vele duizenden daarbij het leven, maar de protesten hielden aan. Hoe dapper en volhardend. Nu Teheran en andere steden zwaar worden gebombardeerd door Israël en de VS, blijven de protesten uit. Tienduizenden zijn op de vlucht geslagen. Bezig met overleven. En toch ... toch zal dit volk op een dag opnieuw opstaan.

Bevrijdend handelen, daartoe worden we opgeroepen. Of je je nou hebt laten inpakken door een dominante echtgenoot, verslavende algoritmes, een strak keurslijf of je eigen sussende zelfgenoegzaamheid. Je kunt je eruit losmaken. Je kunt eruit opstaan. Oók als je je hebt laten inpakken door angst, zoals Jezus’ leerlingen: “We gaan toch zeker niet terug naar de plek waar we ons leven niet zeker zijn?” Jazeker wel. We gaan terug. Zoals Navalny terugkeerde naar Moskou. Zoals het Iraanse volk zal terugkeren op de straten. “Telt een dag niet twaalf uur?” zegt Jezus. “Wie overdag loopt, struikelt niet.” Iedere dag opnieuw wordt ons gegeven, als een kans om op te staan uit alles wat dood maakt.

Als de dood niet-zijn is, dan hebben we hem al één keer overwonnen, namelijk op de dag waarop we werden geboren. En ook al zal de dood ons vroeg of laat weer in de kraag grijpen, ons leven nu is onze overwinning op de dood. Een zekere tijd kunnen we hem ontfutselen en die tijd zal altijd van ons zijn en nooit van hem. Die tijd is nu. Johannes wil ons dit in zijn verhaal duidelijk maken: de opstanding is niet ergens aan het einde der tijden, maar de opstanding uit de dood begint hier en nu.

Dus maak je los van alles wat leven tegenhoudt. En kom naar buiten.