Mt. 9, 35 – 10, 15
- Lezing
- Jesaja 12, 1 - 6
Wie is je reisleider en wat is je doel?
In deze zomermaanden zijn veel mensen op reis. Mensen gaan op vakantie met het oog op ontspanning, avontuur, cultuur, verbreding van je horizon. Sommige mensen gaan naar het WK voetbal, waar het voetbalfeest helaas ernstig verstoord wordt door de grillen van de gastheer in de Verenigde Staten… Sommige mensen maken spirituele reizen, vanuit het verlangen naar aansluiting op de Bron van leven. Bij al onze reizen, letterlijk of figuurlijk, komt de vraag naar boven wie onze reisleider is: door wie laten we ons leiden? En wat is ons doel? Waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe?
Jezus is ook op reis en dat doet hij met de leerlingen. Het is wel duidelijk dat hij hun reisleider is. En het doel is ook glashelder: hij moet het Koninkrijk van God gestalte geven, een menslievende en menswaardige wereld, waarin we niet op geld en macht koersen, politieke grillen niet bepalend zijn. Waarin we met trouw en geduld helend rondgaan.
De reis is al eerder begonnen dan het verhaal dat we vandaag horen: in het 5e hoofdstuk neemt hij de grote groep leerlingen mee de berg op. Daar zitten ze aan zijn voeten en luisteren naar hem: ze worden ingewijd in de zaligsprekingen en leren zijn bewogenheid kennen. Een bewogenheid die zich vertaalt in barmhartigheid. Wie oren heeft…
Na dit onderricht op de berg volgen ze hem, de dorpen en de steden in, en daar ontvangen ze de concrete beelden bij het onderricht: hoe hij mensen troost, geneest en overal heelheid brengt. Een echte heelmeester: wat een vreugde! Hij verkondigt het Koninkrijk n woord en daad en deze leerlingen zijn daarvan getuige. Wie ogen heeft…
Zo worden de leerlingen voorbereid op de zending: om te doen zoals hij. Want er is grote nood en er zijn meer arbeiders nodig. Jezus betrekt de leerlingen bij zijn bewogenheid én bij zijn bestemming. Samen moeten zij dit werk volbrengen: de boodschap van heelheid en vrede moet aan alle mensen bekend gemaakt worden. Nou ja, alle… Daar valt vandaag nog wel iets op in te leveren, want Matteüs heeft een heel evangelie nodig om zo open naar de zending te kijken. Vandaag horen we immers dat de leerlingen moeten beginnen bij het eigen volk en niet naar de heidenen mogen gaan. Pas in het 15e hoofdstuk zal Jezus zelf toelaten dat het niet bij Israël mag blijven, door het gesprek met de Kananese vrouw wordt zijn beperkte blik opengebroken. De voorzichtige houding in het verhaal van vandaag, legt de vinger op een zere plek in onze tijd, waarin teksten als ‘eigen volk eerst’ extreem uitsluitend doorwerken en allesbehalve vrede bewerken.
Jezus roept er nu 12 personen bij zich. De leerlingen zijn al geroepen, nu is het tijd voor de zending als apostelen: apostel betekent immers ‘gezondene’. Jezus geeft hun macht. Dat is belangrijk om op te merken. Hij geeft hun namelijk de macht om het goede te doen, om heelheid en vrede te brengen in lichaam, ziel en geest van mensen die verloren dreigen te gaan. Belangrijk om op te merken, omdat hiërarchie en macht in onze oren al snel een negatieve klank hebben. En ze leiden helaas ook vaak tot machtsmisbruik en mistoestanden. Maar ze zijn niet per definitie verkeerd, ze zijn nodig. En wat een mooie macht is het, die de apostelen hier ontvangen: de volmacht van de liefde.
Voor het vertrek krijgen ze nauwkeurige instructies, want het is niet niets en ze moeten goed voorbereid op pad. Ze mogen niets meenemen dat hen zekerheid en houvast geeft Ze gaan op weg met zachte krachten en een boodschap van vrede. Zo zijn ze heel kwetsbaar en afhankelijk van de ontvangende partij. Maar tegelijkertijd schept dit grote duidelijkheid: wie niet ontvankelijk is voor deze boodschap, is het niet waard die te ontvangen. Wie oren en ogen heeft voor de waardevolle boodschap, zal het ook waard zijn hierin te delen.
Alleen als ik mij open voor de goede boodschap, zal ik innerlijke vrede kunnen ontvangen. En alleen als ik innerlijke vrede toelaat, zal ik heel en gezond worden. De afgelopen weken was ik ziek en heb ik dit ervaren, in de herinnering aan de aloude tekst die klinkt voor het ontvangen van de communie: ‘Spreek slechts één woord en ik zal gezond worden.’ Die tekst begint met de woorden: ‘Heer, ik ben niet waardig…’. Ik heb mij lange tijd afgevraagd hoezo ik niet waardig zou zijn om Jezus te ontvangen, want ik ben toch vol van goede intenties. Dat zijn we toch allemaal. Waarom dan deze tekst bidden? In de context van deze zendingsrede viel er iets op zijn plaats: als ik mij openstel voor de zachte krachten van de liefde, dan ben ik het waard om Jezus te ontvangen en ieder die in zijn naam gezonden wordt.
Hem ontvangen maakt mij dan ook meteen medeplichtig: om niet heb ik ontvangen en om niet zal ik geven. Genade is het om hem te ontvangen, gratis en voor niets. Zo zal ik dus ook geven. Belangeloos, niet uit op eigen gewin of macht. Het enige belang op deze reis van het leven is het Rijk van vrede gestalte geven, in woord en daad. En daarbij denk ik nu ook aan de veranderingen die in onze gemeenschap in de komende maanden zullen gebeuren, onderweg naar ‘het nieuwe normaal’. Als we daarbij het doel van de reis voor ogen houden om in woord en daad vrede gestalte te geven, zullen we bezield op weg blijven. Daarvan raak ik steeds meer doordrongen.
Of we nu wel of niet op reis gaan in deze zomermaanden maakt eigenlijk niet zoveel uit. Matteüs betrekt ons bij de levensreis, die van ons christenen gevraagd wordt. We zijn immers mensen van de weg. Op die weg worden we allereerst persoonlijk aangesproken, bij onze naam geroepen en gezonden. Maar we kunnen deze reis niet alleen maken. We horen vandaag zowel bij Jesaja als bij Matteüs de ontwikkeling van enkelvoud naar meervoud. Laten we dan persoonlijk én samen blijven overwegen hoe we onderweg zijn naar onze toekomst, op deze plaats en overal waar wij leven. Laten we in gesprek blijven over
alles wat het in ons teweegbrengt, en in onze gesprekken het oog houden op de vreugde en de vrede waartoe wij geroepen en gezonden worden.