Mat. 21, 28 – 32
- Lezing
- Ezechiël 18, 25 – 28
‘Geloof doen’ oftewel: jouw bestemming leven!
Afgelopen vrijdag had ik een intervisie met mijn danscollega’s en daar gaf een van ons een programma over roeping en in dat kader onderzochten we onze eigen naam. Wat betekent je naam? Mijn naam betekent ‘leeuwin’. Hoe kun je je naam in een beweging tot uitdrukking brengen? We hebben er mee gedanst en het bleek voor ieder van ons tot verdieping te leiden in het verstaan van de eigen identiteit. Kun je jouw bestemming in je naam onderzoeken? Het is een naam die je gekregen hebt, je hebt hem zelf niet bedacht. Soms veranderen mensen hun naam in de loop van hun leven, maar dan heeft dat ook heel veel betekenis. Je bent bij die naam tot leven geroepen. Wil je dat horen? Ken je jezelf? Ken je je bestemming en ben je bereid om omwille van die bestemming misschien wel te veranderen? Want ik denk dat het daar vandaag in de lezingen over gaat.
Bij Matteüs zijn we nu in Jeruzalem beland. We zijn al weken onderweg van Caesarea van Filippus, het grensland, naar Jeruzalem als de plaats waar Jezus ten diepste zijn bestemming moet leven. Hij is daar binnengehaald als een koning, maar daarna is Hij opgetreden in een tempel op een behoorlijk stevige manier. Er is veel onbegrip. En er is wantrouwen. Er zijn vragen naar zijn bevoegdheid. Op grond waarvan heb je het recht om onze tempel leeg te vegen? En op grond waarvan kun jij ons onderrichten? De vraag naar de bevoegdheid is een heel fundamentele vraag in ons eigen leven. Want op grond waarvan doe ik wat ik doe? Onder welk gezag sta ik in mijn leven?
Door al die vragen en door het optreden van Jezus in Jeruzalem groeit de spanning. En dat horen we ook in de eerste lezing bij Ezechiël. Het is in de tijd dat de ballingschap dreigt, dat Ezechiël roept: ‘Luister toch, doet u het goede?’ Ezechiël die je aanspreekt op je persoonlijke verantwoordelijkheid: doe wat jij moet doen. Ook in onze wereld dreigt er nogal wat in deze tijd en dat wekt mijn verlangen naar een profeet zoals Ezechiël die roept: ‘Luister dan toch!’ Als je luistert, wordt het eerst stil. Wat zou het een zegen zijn voor onze wereld als de wereldleiders die stilte zouden beoefenen. En wat zou het een zegen zijn voor onze gemeenschap en voor de kerk en voor de werkplek waar je staat, als je af en toe die stilte beoefent en luistert totdat je verstaat: dit moet ik doen.
In Jeruzalem gaat het over het ontbreken van echte communicatie tussen Jezus met de hogepriesters en de oudsten. Ze spreken wel met elkaar, maar het is niet de dialoog van luisteren en spreken. De hogepriesters en oudsten verstaan Jezus niet, ze zien niet wie Hij is en hoe zijn bestemming bedoeld is. En dan vind ik Jezus best wel slim, want Hij stelt een vraag. Hij wisselt gewoon het onderwerp. Dat is ook wel een goede tip aan ons: als je elkaar niet bereikt moet je misschien een vraag stellen aan die ander. Gooi het
eens over een andere boeg. Blijf niet vastbijten in dat onbegrip waar je elkaar toch niet bereikt.
En dan vertelt Jezus in plaats van over de feiten te praten een parabel, met een ongenadige spiegel. Een parabel over twee zonen: de schepping is uiteengelegd in mens en mens, iedere mens is geliefd en wordt uitgenodigd. Maar in het Godsvolk zijn verschillen hoe we met die uitnodiging omgaan. En in de tijd van Jezus en Matteüs zijn er ook binnen dat Godsvolk verschillende wegen hoe er met het perspectief van het Rijk Gods wordt omgegaan. Want iedereen wordt uitgenodigd en uitgedaagd voor het Rijk van God. En zo’n uitnodiging vraagt om onderscheiding, om luisteren en waar worden in mijzelf. Wat is mijn bestemming? Jouw eigen bestemming heeft blijkbaar, zo vertelt Matteüs, met de wil van de Vader te maken. Het is zijn wil dat wij het goede waar maken, de weg van gerechtigheid en liefde zoeken – om die te doen. Jezus is zelf de zoon die kiest om de wil van zijn Vader te doen en zo baant hij een weg van gerechtigheid en liefde. Jezus is zo’n mens die zijn naam leeft, zijn naam doet. ‘God redt’: dat is zijn identiteit. En Jezus verlangt dat iedereen dit doet en dat is heel wat. Want wat is dat dan voor mij? Hoe ziet die weg er voor mij uit?
De hogepriesters en oudsten denken dat ze hun bestemming leven. Ja, natuurlijk is het degene die – ook al zegt hij nee – ingaat op de vraag van de Vader. Dat is zo’n logisch antwoord, dat het een enorme schok is als het een spiegel blijkt te zijn. Want je ziet het heel gemakkelijk buiten je. Ons zelfbeeld kan wel regelmatig wat zelfonderzoek gebruiken. Onze intenties zijn vast en zeker goed, maar toch vermoed ik dat ook ieder van ons verstrikt is in eigen belangen en worstelt met een ego en met beelden over de ander, waardoor we toch niet altijd doen wat we zeggen. Je geloof doen is niet niks. We kennen hier de uitspraak: ‘wij zijn een gemengd bedrijf.’ Meestal zijn we een vermenging van ja en nee. Dat is menselijk en ook geen drama, maar het is wel cruciaal dat we ons dat bewust willen worden. En dat we een grondhouding van het ‘ja’ blijven inoefenen. Dat is het ‘ja’ wat onder ons dagelijks doen en laten ligt. Als je te snel ja zegt, is het misschien niet doorleefd. Een ja na een eerste nee zou weleens een volwassener ja kunnen zijn dat door zelfkennis gedragen wordt. Dat leidt je naar dat diepere grondige ja.
‘Kom tot inkeer’, vraagt Ezechiël en dat vraagt Jezus ook. Tot inkeer komen om tot waarheid te komen om te kunnen antwoorden op de uitnodiging. En om zo onze heel unieke bijdrage te leveren in de wijngaard van de Heer. Die wijngaard als beeld van een wereld van gerechtigheid en liefde. Waar plaats is voor iedere mens, dus voor beide zonen. Want die tollenaars en hoeren gaan je wel voor naar het koninkrijk, maar er staat niet dat daarna de deur dicht gegaan is. Je krijgt altijd weer een kans om alsnog je daden te richten naar het goede. Je blijft welkom, zo horen we vandaag, maar dat vraagt wel een grondhouding van luisterbereidheid en veranderingsbereidheid. Opdat ik mijn zelfbeeld open laat breken om mijn naam te dansen, te leven en te ontdekken hoe ik in wezen bedoeld ben en dan te doen wat nodig is. Langs een weg van stilte en reflectie mogen we meer en meer zien dat Jezus werkelijk een hele goede voorganger is. En daarom is het
ook opnieuw een prachtige uitnodiging om vandaag rond deze tafel te komen staan en gevoed te worden op die weg.