Mat. 21, 33 – 43

Koos van Etten
Lezing
Jes. 5, 7 - 9

De bereidheid om vruchten af te dragen of niet

Een van onze leden heeft een wijngaard, samen met een compagnon: Jan Groenen in Thorn. Ik ben er nog niet geweest, maar heb er verhalen over gehoord. Hoe Jan met veel liefde en zorg zijn wijngaard beheert en mensen die komen kijken, met enthousiasme over zijn domein rondleidt. Zelfs zijn enkelen van ons de laatste weken bij hem druiven wezen plukken, want het is tijd voor de oogst. In beide lezingen is er ook sprake van de oogst, en gaat het over een wijngaard die vruchten oplevert of niet. Zo horen we in de eerste lezing van Jesaja over een man die een lied zingt over zijn geliefde en diens wijngaard. De eigenaar doet er alles voor, om de wijngaard te bewerken, zodat het druiven zal voortbrengen en een heerlijke wijn. Maar de eigenaar wordt teleurgesteld: de wijngaard brengt enkel wilde bessen voort. En hij vraagt zich af: wat had ik kunnen doen en heb ik niet gedaan? In feite is het een parabel, want met de wijngaard is het huis van Israël bedoeld en de eigenaar is God.

In het evangelie horen we Jezus ook een parabel vertellen. Een man plant een wijngaard, graaft er met veel zorg een perskuip uit en bouwt een wachttoren. Vervolgens geeft hij de wijngaard in pacht aan wijnbouwers en vertrekt naar het buitenland. Dat lijkt een mooi verhaal te worden. Maar dan gaat Jezus verder en terwijl hij met de parabel doorgaat, heeft hij het in feite over de symbolische betekenis ervan. Hij schetst een geschiedenis van God met zijn volk, die uitloopt op een drama, want als de eigenaar zijn knechten stuurt, d.w.z. zijn profeten, om de vruchten op te halen van die wijnbouwers, dan beginnen ze de profeten te slaan, hen te stenigen en zelfs te doden. Daarna stuurt Hij nog andere profeten naar hen toe, maar ook die worden afgewezen. Eigenlijk absurd, zou je denken, maar Gods liefde en zorg voor zijn volk gaat blijkbaar heel ver. Ja, Hij denkt: nu heb Ik nog één troef in handen: Ik zal mijn zoon sturen, mijn geliefde zoon, want daar zullen ze toch wel respect voor hebben. Hij hoopt dat de leiders van het volk uiteindelijk tot bezinning zullen komen: ‘Wat zijn we toch aan het doen?’ Maar ook dan geven ze geen krimp, integendeel: hun afwijzing en haat wordt zo groot, dat ze de erfgenaam uit de wijngaard gooien en hem doden. Zo denken ze dat zij zelf eigenaar kunnen worden van de wijngaard.

Aan wie vertelt Jezus deze parabel? Het zijn nog steeds de hogepriesters en oudsten van het volk, in Jeruzalem. Met hen is Jezus in gesprek in de tempel, nou ja in gesprek. De spanning stijgt, want tevoren is Jezus met straffe hand opgetreden in de tempel, waardoor de leiders zo kwaad worden dat ze hem uit de weg willen ruimen. Aan deze leiders van het volk houdt Jezus met de parabel een soort spiegel voor: wat zijn jullie aan het doen? Het is de laatste kans die God je geeft. Kom tot inkeer, want anders zal het met

jullie slecht aflopen. De wijngaard zal aan anderen gegeven worden om vruchten voort te brengen.

Het is dus een pijnlijke confrontatie met de leiders van het volk. Maar het is ook pijnlijk voor Jezus. Hij ziet zichzelf als de zoon, die door God is gestuurd om het volk tot inkeer te brengen. Maar hij voorziet dat hij slachtoffer zal worden en dat ze hem zullen doden. Op grond van psalm 118 blijft hij echter vertrouwen op Gods hulp, want zo leest hij: ‘de steen die de bouwlieden hebben verworpen, is de hoeksteen geworden; de Heer heeft dit gedaan’. Voor hem is er een perspectief, door dood en leven heen: de goede krachten zullen de kwade krachten overwinnen. Daarvan is hij overtuigd.

Ook ons houdt Jezus een spiegel voor. Hoe gaan wij om met de taak en opdracht die wij hebben gekregen in kerk en maatschappij? Willen wij vruchten afdragen aan God, of eigenen we ons de wijngaard toe? Denk aan de aarde en de schepping: eisen we alles op voor onszelf of beseffen we dat we maar rentmeester zijn? Denk ook aan je plaats in deze gemeenschap: haal je de macht van je positie naar je toe, of ben je in dienst van het koninkrijk dat we samen willen opbouwen? In dat laatste geval zijn de goede vruchten: gerechtigheid, liefde en vrede. Ook al gaat deze parabel ons misschien ver te boven, laten we toch op tijd tot inkeer komen, zodat we een wereld opbouwen met goede krachten.