Joh. 15, 1 – 8

Koos van Etten
Lezing
Handelingen 9, 26 - 31

Met Jezus verbonden blijven en dan de Geest volgen

Het gedeelte uit het evangelie, dat zojuist gelezen is, hoort bij de afscheidsrede die Jezus hield tot zijn leerlingen, vlak vóór zijn dood. Hij vertelt hierin een gelijkenis over de wijnstok en de ranken, die heel poëtisch klinkt. Maar in feite doet Jezus een dringend appel op de apostelen, om verbonden te blijven met Hem, zoals de ranken met de wijnstok. Onder de woorden hoor je Jezus’ angst, dat zij Hem zouden kunnen loslaten en in feite is dat ook zo gebeurd. De apostelen zijn niet tot aan zijn dood op het kruis bij Hem gebleven, maar hebben Hem losgelaten, verdwaasd en verward. Pas na Jezus’ verrijzenis zijn ze opnieuw bij elkaar gekomen en zijn ze a.h.w. door Jezus weer tot een hechte gemeenschap gevormd, na verzoend te zijn met alles wat er was voorgevallen. Vrede, zei hij tot hen.

Nu klinken diezelfde woorden tot ons, in deze tijd tussen Pasen en Pinksteren en richt Jezus als de verrezen Heer eveneens een dringend appel tot ons om met Hem verbonden te blijven. Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Alleen wie met Mij verbonden blijft, draagt rijkelijk vrucht. Dat beeld van de wijnstok of van de wijngaard met druiven kende hij uit het Oude Testament. Daarin wordt God vaak gezien als de wijnbouwer, en de wijngaard als het volk Israël. Zo kunnen we lezen in het vijfde hoofdstuk van de profeet Jesaja: Ik wil zingen van mijn dierbare vriend en zijn wijngaard. Mijn vriend had een wijngaard op een vruchtbare helling. Hij spitte hem om en beplantte hem met edelwingerd. Nu verwachtte hij dat hij druiven zou dragen, maar hij bracht slechts wilde bessen voort. Jesaja wil zijn vreugde uitzingen met een lied over Gods liefde voor zijn volk, maar gaandeweg blijkt die bekommernis een mislukking te worden: het volk brengt geen goede vruchten op. Het is zo vaak, wat door de profeten wordt aangeraakt: God heeft een zorgvolle liefde voor zijn volk, maar die liefde wordt niet beantwoord.

Blijf verbonden met Mij, zegt Jezus. Wat betekent dit voor ons? Blijkbaar wil hij zeggen, dat de relatie met Jezus voor ons van wezenlijk belang is. Dat is de kern van waaruit wij als christen mogen leven: verbonden zijn met Hem en daarbij dan de Geest volgen. Dit horen we ook in de eerste lezing over Paulus. Daarin wordt gezegd, dat hij onderweg naar Damascus de Heer had ontmoet. Die ontmoeting is voor Paulus van cruciaal belang, want van daaruit heeft hij een hele ommekeer gemaakt van een christenvervolger tot een leerling van Jezus. Geen wonder dat de gemeente in Jeruzalem, toen Paulus daar terug kwam, bang voor hem was. Want voordien had hij verschillenden van hen vervolgd en in de gevangenis gezet. Maar gelukkig was er Barnabas die hem bij de apostelen bracht en zo verbinding tot stand bracht. Paulus was geraakt door de ontmoeting met Jezus onderweg naar Damascus, maar die was van een heel andere orde dan wat de twaalf apostelen hadden meegemaakt. Zij hadden Jezus leren kennen tijdens zijn leven

en waren met Hem opgetrokken. Nu komt er zo’n vreemde die zegt de Heer gezien te hebben. En toch, door hem op te nemen, heeft hij zijn eigen koers kunnen volgen en heeft een nieuwe beweging van de Geest op gang gebracht.

Blijf verbonden met Mij, horen we. Dat is de kern, ook voor ons. Maar als christenen zijn wij niet hetzelfde; we komen uit verschillende kerkgenootschappen. We zijn protestant, rooms-katholiek, oudkatholiek of behoren nog tot een ander kerkgenootschap. Die verschillen kunnen ons uiteen drijven, maar we kunnen er ook voor kiezen om samen één gemeenschap op te bouwen, oecumene. Uitgangspunt is dan wel de relatie met Jezus, de Christus. Met Hem verbonden blijven, in geweten, en dan met elkaar in communicatie gaan. Daarbij kunnen we openstaan voor weer andere mensen, die leven vanuit die relatie met Christus, maar op het eerste gezicht voor ons zijn als een vreemde. Op deze zondag wordt in dit verband onze aandacht gericht op de Oosterse Kerken. We zijn dankbaar voor mensen die zich in de Oosterse liturgie thuis voelen; we zijn ook dankbaar voor de traditie van iconen die wij in onze gemeenschap gaandeweg hebben leren kennen. In deze dienst willen we bidden voor de Oosterse Kerken.

Verbonden blijven met Hem, dat is de boodschap vandaag. Het is een gave dat we die relatie aangeboden krijgen, een genade. Maar van daaruit komt vanzelf de opgave om ermee aan de slag te gaan.