Joh. 1, 1 – 18
- Lezing
- Jesaja 52, 7 – 10
Boezemvriend van Jezus worden…
“Uw God leeft!” Tot aan de grenzen van de aarde, overal waar mensen nu zo samen zijn, zien mensen Gods heil, Gods liefde, Gods heelheid. Dit goede nieuws daalt met grote vaart ons neer. Gisterenavond, vannacht en nu in de nieuwe morgen. Het is goed nieuws als een lichtend woord, want we worden meegenomen in een toch wel heel mystiek gedicht van Johannes. Een gedicht dat ons kan verwonderen. Waar komt in deze toch wat wrede wereld, duistere wereld de goedheid, de vrede aan het licht? Waar komt het schone vandaan? De dichter vertelt het ons als een geheim. Hij geeft geen begrijpelijk antwoord, want wat tevoren verborgen was bij God, dat is nu, heden, in openbaarheid. En daarbij gebruikt hij een toespeling op Genesis: op het ontstaan van alle leven, scheppingskracht. Wie over Jezus vertelt moet volgens Johannes daar beginnen waar alles begon: “in den beginne”. Ieder woord dat God van in den beginne sprak, gebeurde, en dat is een wonder van beleid.
Het woord dat vandaag oplicht onder ons was altijd al bij God. Het is een mens zo dichtbij God, dat Gods spreken in hem te horen is en Gods woord in hem gebeurt. Het is te zien, te ervaren. Dit was al heel lang een profetendroom van Zacharias, van Ezechiël, van Haggaï en vele anderen. In Jezus is het werkelijkheid geworden: God met ons, Emmanuel.
En gelukkig wordt het tot op vandaag werkelijkheid in mensen van vlees en bloed. Mensen zoals wij, klein en kwetsbaar, uitgenodigd en uitgedaagd om meer en meer mensen naar Gods hart te worden.
Dat woord uit den hoge gebeurde “toen een diepe stilte het heelal omgaf en de nacht was voortgeijld.” In de stilte van de nacht, in de duisternis waar niets meer te zien is, juist dáár kan Gods lichtglans doorbreken. Het is het beeld van de barensweeën. Barensweeën in de nacht met wakende, wakkere mensen die, zoals de herders op het veld, wachten tot die lichtglans openbreekt. Waar mensen ontvankelijk zijn voor engelengezang, daar kan God wonen.
Is er een lichtend woord hier en nu voor jou, voor mij, voor ons, kan er iets opengebroken worden in de nacht? In de nacht van het leven, in mijn nacht, in ieders nacht? Wat anders kan iets openbreken dan liefde? Liefde, dát is het lichtend woord. Liefde zoals tussen God en Jezus, die als eniggeboren Zoon aan de boezem van de Vader ligt. Ze zijn dus boezemvrienden. En ook Johannes, de geliefde leerling, lag aan de boezem van Jezus. Ook zij zijn boezemvrienden. In Jezus zien wij God: wij kunnen boezemvrienden worden van Jezus en ook van elkaar in zijn naam. Liefde is het lichtend woord, want, zegt Tomas
Halik: “ik heb lief betekent, ik wil dat jij bent”. En als iemand dat tegen je zegt: “ik wil dat jij bent”, dan breekt een lichtglans open. Juist dan, zegt Tomas Halik, wordt een leerplaats van geloof, hoop en liefde geboren. Word en ontvang dan vandaag opnieuw wie je bent, want zo wordt het een Zalig Kerstmis.