Joh. 10, 1 – 10
- Lezing
- Handelingen 2, 14a+36 – 41
Door de deur
Heel voorzichtig en langzamerhand gaan deuren weer open. In de afgelopen dagen was ik daar getuige van. − De deur bij die mevrouw van 78 waar haar dochter weer op bezoek kon komen en ze eindelijk samen een taartje konden eten, ieder op de eigen bank, maar wel in dezelfde ruimte, oog in oog. − De deur naar zijn werk bij mijn broer, die het syndroom van Down heeft. In zijn eigen schuurtje kwam de werkmeester hout brengen, dat hij kan kloven, zijn vertrouwde klus. De verbinding met de wereld om hem heen is weer gemaakt. − De deur of beter, het open raam, waar de man eindelijk zijn vrouw weer kon zien en haar stem kon horen. Ze woont in een kleinschalige woonvorm en ze hebben elkaar 6 weken moeten missen.
Heel omzichtig, met beleid gaat de deur open. Waarachter we onszelf hebben verschanst en beziggehouden. Noodgedwongen. Uit bescherming, voor onszelf en voor de ander, tegen een onzichtbaar virus, dat in onze wereld rondgaat en grote ellende teweegbrengt. Die fysieke deur doet ook iets met de deur naar ons hart. Onzeker over je werk, over mogelijke besmetting. Werkdruk, of juist leegheid en onderzoeken hoe je van betekenis kunt zijn. Voor ieder van ons een eigen zoektocht. Het kost soms moeite om die deur open te houden, om leven te laten stromen, om uit de greep van angst en bezorgdheid te blijven. Soms werd ons hart gevuld met verdriet vanwege afscheid van een geliefde.
De deur heeft in de afgelopen weken een belangrijke rol gespeeld in ons leven. We verlangen ernaar dat de deur, elke deur, weer wijd open kan, en we veilig in en uit kunnen gaan.
In het evangelie vandaag horen we Jezus zeggen: Ik ben de deur. Hij gebruikt beelden om de mensen om hem heen iets duidelijk te maken, over hun eigen leven, over hun leiders, en over wie Hij zelf is. Hij gebruikt uiteraard beelden uit het dagelijks leven van die tijd. We horen over schapen en hun herder, over dieven. Jezus doelt op ons mensen, op mensen die richting zoeken, hij spreekt over goede herders en over profiteurs en mis-leiders. Natuurlijk willen we geen schaap zijn, we zijn zelfstandige individuen die eigen keuzes maken. Maar tegelijk ervaren we in deze tijd dat we wel degelijk ook kuddedieren zijn. Het beeld gaat verder: de schapen verblijven ’s nachts in de schaapskooi, de aula, is het Griekse woord. De aula, wij kennen de aula als ruimte waar mensen samenkomen voor ontmoeting.
Het is de plek waar de dieren veilig zijn, met de deurwachter, tot ze in de morgen worden verzameld door hun herder, die hen naar grazige weiden leidt. Hij roept ieder bij zijn naam en trekt voor hen uit. Ze volgen hem omdat ze hem kennen. Deze woorden roepen in mij een vertrouwensband op, je gekend weten, bij name genoemd, geliefd, iemand heeft het beste voor jou op het oog. Ik dacht aan Psalm 139, over de Ene die mij kent en doorgrondt.
De toehoorders rondom Jezus begrijpen niet precies wat en wie hij bedoelt. Dus Jezus vervolgt en wordt scherp. Hij zegt: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie’. Amen amen, staat in het Grieks. ‘Ik ben de deur voor de schapen’. De herder, in die tijd, ging wijdbeens voor de ingang van de schaapskooi staan en liet een voor een de schapen onder zijn benen door binnengaan. Zo kon hij hen tellen, en zag hij of er een dier ontbrak. ‘Ik ben de deur’. De deur is de doorgang naar nieuw leven, naar overvloed van voedsel en helder water, naar veiligheid en je geborgen weten. Een verlangen wordt aangeraakt in ons: om in en uit te gaan en weer op adem te komen en nieuw leven te ontvangen. Jezus is de deur die deze doorgang biedt, in het dagelijks omgaan met Hem, de Verrezen Heer.
De woorden van Jezus zijn indringend, omdat hij er kritisch op wijst dat er mis-leiders zijn, die mensen op een dwaalspoor brengen, die misbruik maken van de kwetsbaarheid en onzekerheid van mensen in sommige situaties. Hij doet tegelijk een oproep om goed te onderscheiden waar je op ingaat. Geeft die keuze werkelijk leven, voor jou en voor je naasten, voor de kwetsbare mensen in je samenleving. In zijn uitspraak, Ik ben de deur, horen we de Godsnaam: Ik ben er, ik zal er zijn. De Ene die uit is op bevrijding, op vrij worden en tot je bestemming komen. Daarop zullen we dus onderscheiden. Of er bevrijding plaats vindt, of mensen rechtop kunnen gaan, of er verbinding wordt gemaakt of dat wordt afgebroken.
In deze Paastijd worden wij opgewekt om Hem te volgen die de doorgang is, Jezus de Verrezen Heer. Hij doet ons opstaan uit alles wat donker en doods is, en gaat ons voor op de weg van leven en volheid. Een goede boodschap, een blijde boodschap, die ons opent en perspectief geeft. Om je op te verheugen en om in te oefenen. Mogen we zo op weg gaan, in deze vreugdevolle tijd.