Joh. 3, 16 – 18
- Lezing
- Exodus 34, 4 - 9
‘Feest van de volheid’
Drie verzen, maar zó vol, dat ik zinsdelen moest herhalen om ze tot me door te laten dringen. Zo kwamen de woorden tot leven.
Ik deel graag met jullie mijn meditatie naar aanleiding van de beide Schriftlezingen.
Vandaag is het feest van de Heilige Drie-eenheid, de Heilige Drievuldigheid. Met Pasen vierden wij de verrijzenis van Jezus Christus, met Pinksteren kregen wij de Geest. Het feest van vandaag lijkt een soort slotakkoord: het einde van een groots muziekstuk, waarin nu álle instrumenten de melodie spelen, een overweldigend laatste slotstuk: Vader, Zoon en Geest. Daarin komt alles samen, wordt het helemaal samengevat. Maar je zou ook kunnen zeggen: het is het begin van het muziekstuk, na de openingsakkoorden. Nú staat het stuk helemaal op de planken: alle hoofdrolspelers zijn opgekomen: Vader, Zoon en Geest. Dit zijn ze, hiermee wordt het spel gespeeld: Vader, Zoon en wij, met de Geest die ons gegeven is vorige week.
Die Geest die weet heeft van de God die Mozes voorbijging en zich liet kennen als een barmhartige, medelijdende God. Lankmoedig en groot in liefde en trouw. Die weet heeft van de goedheid tot in het 1000e geslacht. En ook van het kwaad, dat zich invreet in generaties en zijn gevolgen heeft. Gelukkig: slechts tot in het 3e en 4e geslacht. Goedheid is vele malen sterker, lijkt hier de boodschap!
En nu de tekst uit Johannes: 16 Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn Eniggeboren Zoon heeft gegeven Hoezo die verleden tijd: liefgehad? Zozeer hééft God de wereld lief! Want deze God, hoorden we in Exodus, is groot in liefde en trouw! ‘Dat hij zijn Eniggeboren Zoon heeft gegeven.’ Ja, dat is wel verleden tijd! Dat is geweest, voorbij. Maar de geest van die Zoon is niet voorbij. Die heeft Hij aan ons nagelaten.
‘Opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.’ Opdat wij, die in Hem geloven, eeuwig leven zullen hebben. Dit aanbod, deze belofte van eeuwig leven krijgen wij, keer op keer op keer. Steeds opnieuw, omdat Hij een Barmhartige God is, groot in liefde en trouw. ‘Eeuwig leven’: leven dat zich niet beperkt tot dagdagelijkse, concrete gebeurtenissen, maar daar licht doorheen laat schijnen, er een weg doorheen laat zien. Met Heilige Geest
kunnen gebeurtenissen worden overstegen. Zoals Mozes de Geest kreeg om voor de tweede keer de berg Sinaï op te gaan om opnieuw stenen tafelen te ontvangen, nadat hij ze uit woede om de ontrouw van zijn volk, kapot had gesmeten. Hij laat zich bewegen om weer de berg op te gaan waar God zich opnieuw laat zien. Nu niet als een God die gehoorzaamheid vraagt, zoals bij de eerste stenen tafels, maar als een God van Barmhartigheid, Liefde en Trouw. Want in die ene Naam ‘Ik zal er zijn’ heeft hij vele gezichten. In álle situaties ís Hij. Steeds anders, maar altijd aanwezig. De zuil in de garderobe kun je zien als een hele kleine afspiegeling van de oneindige mogelijkheden van God om hier te zijn.
Deze Geest van God, die in Mozes was en in Jezus, die wij hebben gekregen, geeft Eeuwig leven. Hij is onze Helper in alle moeilijke vraagstukken waarmee wij worstelen. Of het nu Corona is, met alles wat dit meebrengt of de rassenrellen en de vragen daaronder die we onszelf hebben te stellen, of kwesties in onze gemeenschap of in ons eigen, persoonlijke leven. Deze Geest geeft kracht, maakt creatief, geeft hoop op verbetering en verder kunnen. Altijd verder. Eeuwig verder. Opdat wij niet verloren gaan!
En dan komen we bij het volgende vers: 17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, niet om te oordelen, niet om te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Opdat de wereld door Hem zou worden gered. Zozeer heeft God de wereld liefgehad. Liefde zal redden. Niet het oordeel, maar de liefde.
En vers 18: 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. Hier dan tóch een oordeel? Nee. Wij kunnen alleen onszelf veroordelen, want:
Wie niet gelooft in goedheid, in liefde, heeft geen leven.
Wie het goede afwijst, is verloren.
Wie willens en wetens ‘nee’ zegt op het aanbod van leven, heeft geen leven.
We vieren vandaag dus dit beloftevolle feest van de aanwezigheid van de drie-ene God. Dit feestelijke stuk staat op de planken: we hebben het script. We zijn toegerust en het is nu aan ons. Laten we het spelen met alles wat wij hebben meegekregen. In de namen van de Vader en de Zoon. Met Heilige Geest.