Luc. 1, 26 – 38
- Lezing
- 2 Samuël 7: 1-16
Mij geschiede naar Uw woord
De vierde en laatste adventszondag met als thema: Maak ruimte. Hij komt in ons bestaan. De aankondiging van de engel aan Maria laat op een uitzonderlijke manier zien hoe dat ruimte maken kan gebeuren.
We worden op dit verhaal voorbereid door wat ik in eerste instantie zag als een tegenverhaal. David krijgt van de profeet Natan te horen dat het geen goed plan is om een huis voor God te bouwen. Dat roept in eerste instantie vragen op. Wat is er mis met Davids plan? Hij wil toch op deze manier ruimte maken voor God? Waarom wordt dit plan van David onderscheiden als een gebaar onder de schijn van het goede?
We horen dat de Heer, via Natan, aan David laat weten: Ik, de Heer heb je achter de kudde vandaan gehaald… Ik, de Heer, heb je bijgestaan…Ik heb je naam gevestigd… Met andere woorden: Het is niet jouw werk David, het is het mijne. Niet jij hebt dit alles gedaan, maar ik de Heer. Jij, David zal niet voor mij een huis bouwen, maar ik voor jou. Waar het dus om gaat is, of David God de eerste kan laten zijn. Of hij ruimte blijft maken voor God. David lijkt quitte te willen spelen door voor God een huis te willen bouwen. Maar: God vraagt van hem, via Natan, in die beweging van ontvangen te blijven staan. Én: Quitte spelen is iets anders dan antwoord geven. Door antwoord te geven in plaats van quitte te spelen blijft God als Schenker van leven op de eerste plaats staan. Spelen wij quitte of geven wij antwoord? En als we dan antwoord geven, is er die belofte van dat koningshuis, dat voor eeuwig zal blijven bestaan: een koningshuis waar God koning is.
En áls het dan gaat om antwoord geven, áls het dan gaat om in die beweging van ontvangen te blijven staan, áls het dan gaat om die belofte, valt vandaag het licht op Maria.
We komen binnen in een heel intiem gebeuren, stil, verstild, van een grote eenvoud, een heel kleine plek, een binnentuin, afgegrensd van de grote wereld. Maria is, zo stel ik met het voor, daar aanwezig: Jong, héél jong, ontvankelijk, dromend van de volheid van de liefde die haar met Jozef te wachten staat. Haar naam doet denken aan Mirjam, die een bevrijdingslied zong bij de doortocht van het volk door de Rode Zee. Door haar naam staat Maria in die lijn van bevrijding. Haar verloofde Jozef staat als nazaat van de grote koning David in de lijn van de verwachting van herstel van een koningschap, waar God Koning is en blijft.
Het is stil in de binnentuin waar Maria zich bevindt, in haar is die stilte. En dan wordt die stilte opengebroken door een engel van de Heer met de woorden: Verheug je, begenadigde, de Heer is met je, gezegend ben je onder de vrouwen.
Het is niet moeilijk om ons voor te stellen dat Maria’s eerste reactie een hevig schrikken is, maar het vervolg van haar reactie is, wat mij betreft, een voorbeeldige. Voorbeeldig in die zin, dat zij mij en ons daarin voorgaat. Ze schrikt, maar rent niet weg, wijst niet af, verzet zich niet, maar stemt ook niet zonder meer in. Ze blijft erbij door te vragen wat het woord van de engel toch mag betekenen. Wat mag dat begenadigd en gezegend zijn toch betekenen, wanneer je jezelf als te jong, te gering en onbeduidend beleeft en je je afvraagt Wie ben ik toch, dat dit veel, veel te grote woord over mij komt?
Herkenbaar, als wij een groot woord horen? En dan niet afwijzen, niet tegenspreken, niet bang zijn voor dat woord ‘begenadigd’ en ‘gezegend’, maar het in laten werken, dat woord haar werk laten doen. Zo gaat zij voor.
Ja, en dan is dit nog maar het begin van de boodschap van de engel. Maria wordt geroepen om in zichzelf die ruimte vrij te maken voor een kind dat zal leven naar Gods beeld en gelijkenis. Een kind voorbeeldig voor ons allen. Een kind dat zal redden, zal bevrijden, ons, uit het land van de slavernij, oftewel: uit ons eigen ik. Jezus zal dan ook de naam zijn, die over hem moet worden uitgeroepen. Jezus! Dat wil zeggen: Redder, Bevrijder. Hoe zal dit geschieden, vraagt Maria. ‘Hoe’ te onderscheiden van ‘of’ het wel zal geschieden. Dat ‘of’ klonk bij Zacharias toen de engel hem vertelde, dat zijn vrouw Elisabeth zwanger zou worden. Nee, Maria vraagt niet ‘of’, maar ‘hoe’. ‘Of’ of ‘hoe’: Een wereld van verschil. Door te vragen ‘hoe’ stelt Maria de aankondiging niet ter discussie. Ze vraagt, ze overweegt, ze staat open, ook al gooit het haar leven op allerlei manieren volkomen in de war. Opnieuw een reactie, waaraan we onze eigen wijze van reageren kunnen spiegelen. Reageren wij op een woord van de ander met ‘of ‘of met ‘hoe’? Zijn wij bereid te overwegen of stellen we wat de ander inbrengt onmiddellijk ter discussie? Maria laat de innerlijke ruimte open voor de engel om heel zijn boodschap te verkondigen om dan dat woord in haar hart te overwegen: Heilige Geest zal over haar komen en de kracht van de Allerhoogste zal haar overschaduwen. Overschaduwen? Ze zal zwanger worden van een kind, verwekt uit een liefde, die heel de menselijke liefde overstijgt: ‘Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart’. Ja, zo! Zo begrijp ik, zal het kind zijn en worden: Gods zoon. Om haar nog verder tegemoet te komen en te bemoedigen, vertelt de engel over de zwangerschap van Elisabeth. Elisabeth: Te oud geacht en toch… “ En dan geeft Maria zich over aan de woorden van de boodschapper van God: Ja, Hier ben ik. Ze is beschikbaar om het woord van God te laten geschieden, om de ruimte in haar te openen, om God in zichzelf geboren te laten worden.
Het is ongehoord om vandaag opnieuw te beseffen, dat God zich afhankelijk stelt van dit ja van de mens. Dat God zich afhankelijk stelt van ons ‘hier ben ik’ , van onze beschikbaarheid.
Want niet ‘of’ maar ’hoe’ zal het kunnen geschieden dat dit oorsprongsverhaal een verhaal met eeuwigheidswaarde wordt? Niet ‘of’ maar ‘hoe’ zal het geschieden dat dit verhaal opnieuw en opnieuw gebeurt, tussen ons in? Hoe zal dat geschieden anders dan ons kleine ja in te voegen in dit ja van Maria. Een ja, hier ben ik , als antwoord op Gods ja op ons, op Gods komen onder ons. Luisteren we in de komende dagen voor Kerst in de stilte van onze binnentuin naar Zijn woord om dat Woord in ons te laten geschieden. Moge het zo zijn.