Mat. 2, 1 – 12

Jan Renkema
Lezing
Jesaja 60, 1-6

Driekoningen, het feest van de Openbaring van de Heer

Op dit feest van Driekoningen zijn de woorden van Jesaja, uit de eerste lezing, wel bijzonder van toepassing:

Duisternis bedekt de aarde

en donkerte de naties,

maar over jou schijnt de Heer.

Kijk om je heen, zegt Jesaja. Hij had het nu kunnen zeggen. Overal is duisternis, overal zien we mensen vechten tegen eenzaamheid en afbraak, of op zijn best zuchtend het nieuwe jaar in gaan. Maar kijk beter om je heen, zegt Jesaja, het licht is gekomen. Nee, er staat ook: Jouw licht is gekomen! Laat dat licht op jou weerkaatsen, en word dan ook zelf licht.

Ja, zeggen wij dan, dat zijn woorden van een profeet. Die woorden moeten eerst nog maar eens waar worden. Misschien als we gevaccineerd zijn. En dan die drie koningen. Een betoverend verhaal, dat wel. Maar dat lijkt toch meer een sprookje. – Ik dacht, laat het dan maar een sprookje zijn, een verhaal waarin magie een grote rol speelt, een verhaal waarin een beroep wordt gedaan op onze verbeeldingskracht, een verhaal met een diepe wijsheid en een appél op ons.

Het ‘sprookje’ is zo bekend. Drie koningen hebben een ster zien opgaan, en zagen daarin de geboorteaankondiging van de koning de Joden. Ze vinden het kindje uiteindelijk in een voederbak in een stal en brengen hem drie koninklijke kraamcadeaus. Drie koningen, Caspar uit Azië, Melchior uit Europa en Balthasar uit Afrika, zo zegt de traditie. De drie werelddelen, de hele toenmalig bekende wereld, de oecumene in letterlijke zin, met het dorpje Bethlehem als een soort drie-werelddelen-punt in het centrum. Overal werd dus die ster gezien, nee, niet om iedereen op te roepen om christen te worden, maar om de nieuwe koning van de Joden te vereren, terwijl er al een koning was, en ook nog een machtige keizer. Een revolutionair sprookje dus.

Ik dacht: waarom spelen wij in deze tijd van duisternis niet zelf dat betoverende spel van Driekoningen. Ik bedoel het echt, dat wij het spelen als heilig spel. Hoe gaan we dat doen? Laten we ieder voor onszelf eens koning zijn in dit verhaal. Maar er waren er maar drie, zul je zeggen. Nee, dat staat nergens. Er staat geen aantal. Dus iedereen van ons kan koning zijn. En moeten de vrouwen dan toekijken? Nee, nergens staat dat het om mannen gaat. Iedereen kan dus meedoen. Wij zingen toch ook: Komt allen tezamen, laten wij aanbidden!

Je bent dus koning in dit verhaal. Toch eerst nog wat regieaanwijzingen. Koningen? Ja zo heet dit feest. Maar in het land waar je leeft is al een koning, Er staat ook: drie wijzen? Maar je hoeft niet wijs te zijn. Het gaat om magiërs. Je bent dus een magiër. Zo speel je mee. Misschien kunnen we dit vanmiddag na deze audio-dienst in kleine kring spelen als heilig spel. Hiervoor heb ik zeven richtvragen. Deze overweging staat inmiddels als tekst ook al op onze site. Dus we kunnen de vragen nog eens rustig ter hand nemen.

1. Wie ben ik, in mijn leven, als magiër?

Magiërs waren vroeger mensen die het onverklaarbare in onze wereld via de sterren willen begrijpen. Denk voor nu aan horoscopen en op basis daarvan gedragsregels. Kenmerkend voor deze magiërs is dat zij graag over de horizon heen willen kijken naar het verste, minst voor de hand liggende en meest mysterieuze wat de schepping ons kan bieden. Denk aan die prachtige foto van dat zwarte gat diep in ons heelal. ‘Geloven is door de horizon kijken’, zo zegt een Afrikaans spreekwoord. Ook dan blijven er twijfels. Ook dan kan men zich vergissen. Maar altijd gaat het om onbegrijpelijke lichtpunten in onze wereld waaraan wij een betekenis moeten geven. Doe eens alsof je als sterrenkijker bent geboren, met je ogen naar de hemel!

2. Wat is voor mij de ster?

Welke tekens kan ik lezen in de donkere wereld van vandaag? Dit is misschien wel de moeilijkste vraag. Maar hoe klein ook, je zou toch aan elkaar een teken moeten kunnen vertellen. Wij weten toch ook dat er ondanks alles wat er gebeurt, altijd weer die belofte van liefde is, die stem die ons roept om verder trekken naar beloofd land. Wat zie ik voorbij de horizon?

3. Hoe ging ik op weg?

En dat wat ik zie, dat doet mij dus op weg gaan? In dit geval van het sprookje naar een kleine vazalstaat aan de Middellandse zee, waar een koning een zoon krijgt, naar een land dat toen en nu wordt bevolkt in een verscheurde samenleving. En bovendien, het is een reis van meer dan 1000 km! Je moet wel gek of levensmoe zijn om zo’n barre tocht te ondernemen. Alleen beschermde karavanen maakten kans om ongedeerd aan te komen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet weet of ik op eigen kracht op weg zou gaan. Ik zou geloof ik eerst een waarnemer sturen. Maar we moeten wel ja antwoorden op deze vraag. Anders is het spel afgelopen. En we hebben allemaal in ons leven ooit ‘onverklaarbaar’ ja gezegd op iets of iemand. Hoe blijf ik dan na zo’n ja onderweg?

4. Wat maakte ik onderweg mee?

De magiërs kwamen bij Herodes. Dat was geen prettige ervaring, daar in die hoofdstad van dat verre land. Nee, ze vonden daar geen koningskind, en dat hadden ze misschien wel verwacht. Maar ze kregen ook vrij snel door dat ze daar niet verder moesten zoeken.

Het ging daar om eigen macht, om eigen ego. En hoe ga ik daar dan mee om, bij mezelf en met anderen?

5. Vond ik wat ik verwachtte?

In het verhaal staat nergens dat de magiërs teleurgesteld waren. Ik moet bekennen dat ik dat wel vaak geweest ben op mijn zoektocht naar voorbij de horizon. Ik vond het niet of kreeg geen antwoord op mijn vragen. Maar wat doen de magiërs? Zij knielen neer in diepe vreugde bij een kindje in de stal. Een hoog teken uit de kosmos deed hen op reis gaan en zij vonden hun vreugde in de kwetsbaarheid van nieuw leven, waarvoor eigenlijk geen plaats was.

6 Wat geef ik als kraamcadeau?

Mirre, wierook, goud gaven de magiërs? Zalf om het lichaam te heiligen, geur om het onzuivere te verdrijven, geld voor het bestaan. En wat geef ik? Het is zo vroom om hier te zeggen dat ik alles zou geven. Maar dat wordt niet gevraagd. Ik moet hier iets geven waarmee ik het kindje help om op te groeien en een eigen leven te leiden. Wat heeft Jezus van mij nodig?

7. Hoe ga ik naar huis?

Tot slot, wat gebeurt er als ik thuiskom? Nee, ik heb niet de omweg gemaakt via Herodes, naar het land van macht en ego. Maar hier thuis nu in een stoel luisterend, hoe houd ik mijn ervaring levend? In elk geval door erover te spreken met elkaar.

Nu wij deze dienst alleen op afstand kunnen hóren, is het spreken in nabijheid des te belangrijker. Laten we na de week met de heilige nachten, deze zeven vragen gebruiken voor de komende week van heilige dagen. Laten we vanmiddag direct met de eerste vraag beginnen en dan elk dag van de week een vraag nemen als startpunt van een meditatief gesprek. En mag dan ook de profetie van Jesaja waarmee deze overweging begon voor ons waar worden:

Duisternis bedekt de aarde

en donkerte de naties,

maar over jou schijnt de Heer.