Joh. 2, 13 – 25

Jan Renkema
Lezing
Exodus 20:1-17

Rein worden in vastentijd

Twee heel bekende Bijbelteksten vandaag, de Tien Geboden en de Tempelreiniging. Ik kreeg bij de voorbereiding een bijzondere associatie. De Tien Geboden, en wij als gemeenschap buigen ons de komende weken over onze leefregels. De Tempelreiniging, Jezus die in heilige woede ervoor zorgt dat het tempelplein leeg is. En wij hier met een woekerend virus waardoor ook ons kerkpleintje er verlaten uitziet.

De Tien Geboden, je kunt er elke keer weer wat nieuws in horen. Heel belangrijk is dat het volk Israël die woorden krijgt in de woestijn, op die lange tocht naar het beloofde land. Kennelijk hebben die woorden vooral kracht als je je in vertwijfeling in de woestijn bevindt. En hoe beginnen deze geboden? Met de woorden: Ik uw God heb u uit de slavernij gehaald. Er is dus een legitimatie. Iemand die ons bevrijdt, die mag ons deze woorden voorhouden.

Geboden, de tien woorden. Er staat niet verboden, hoewel je toch hoort ‘Gij zult niet dit’ en ‘Gij zult niet dat.’ En sommige geboden zijn nu eigenlijk overbodig, want elke samenleving heeft tegenwoordig uitgebreide wetten tegen diefstal, doodslag, enz. Toch missen we dan de kern. Die geboden, zo leerde Pius Drijvers ons hier in leerhuizen, moet je opvatten als bakens in zee. Die bakens zeggen: blijf in de vaargeul, buiten de boeien is het gevaarlijk. Dus, bijvoorbeeld, als je je ouders niet eert, niet het juiste gewicht toekent, dan loop je vast. Als je mijn naam misbruikt, dan loop je uiteindelijk op een gevaarlijke rots, enz. De kern is dus niet: doe zus en doe niet zo, maar let op de bakens. Geboden zijn bakens die je helpen om veilig door de vaarweg van het leven te varen. En zo kun je ook leefregels opvatten als regels om samen te leven.

De grote aantrekkingskracht van de tien geboden is, dat je er telkens ook weer iets nieuws in kunt ontdekken, iets waar gewone wetten niet over spreken. Neem bijvoorbeeld het gebod over niet stelen. Wat is diefstal? Wij zijn gewend om diefstal te betrekken op iets dat eigendom is van een ander. Maar ik hoorde laatst een theoloog zeggen dat milieuverontreiniging ook diefstal is, en dat ook iemand niet helpen diefstal is. Hoezo, is dat diefstal? Ja, diefstal heeft niet alleen betrekking op eigendom, maar ook op waar iemand recht op heeft. En iedereen heeft recht op schone lucht en hulp.

Nog een voorbeeld. Neem het gebod om geen afbeelding te maken van iets boven, beneden of onder de aarde. Wat betekent dat, een afbeelding maken? Denk aan het nemen van een foto, dan heb je een bepaald perspectief, of iets met een bepaald beeld onder controle. Dit gebod zegt dus dat je niet moet proberen om iets in je macht te krijgen. Zo’n gebod om geen afbeelding te maken kun je dus heel goed verbinden met de opdracht om rentmeester te zijn van alles wat er boven, beneden of onder de aarde is. Dus dit

slaat ook op Mars-reizen naar boven, de veehouderij hier beneden op aarde, en de mineralen die we delven voor onze mobieltjes. Dat mogen we doen als rentmeester.

Over naar het Evangelie. Opmerkelijk hier is dat Johannes begint met twee sterke verhalen om direct zijn boodschap duidelijk te maken. Eerst in een dorpje op het platteland in Kana, waar een bruiloftsfeest wordt gered met wijn. Daarna in Jeruzalem, het centrum van de religieuze macht, waar huisgehouden wordt in de tempel. Wij zijn gewend deze verhalen te lezen als het wonder van water naar wijn, of de enorme woedeaanval waarin Jezus het Joodse banksysteem omverwerpt, zeg maar in onze termen: een hackers-aanval op de Zuid-as

Maar beide verhalen gaan over reiniging. In Kana gaat het niet om drinkwater, maar om reinigingswater. Dat verhaal zegt eigenlijk dat het pas feest wordt als je je van binnen reinigt, dan is het alsof je wijn drinkt. Ook in Jeruzalem gaat het om reiniging. Dit verhaal zegt eigenlijk dat we ons moeten reinigen van uiterlijkheden van de eredienst. Daarover moeten we eens mijmeren op ons kale kerkpleintje.

Het blijft een sterk verhaal, Jezus daar met een gesel van touw op het zwaar bewaakte plein. Hoe kon dat? Laten we eens kijken wat daar gebeurde. Daar was een markt voor offerdieren. Wat kan daar nu tegen zijn? Gelovige bezoekers voeren de vereiste rituelen uit, en betalen niet met onheilige Romeinse en Griekse munten, maar met Joods geld. Maar toch, het is een leeg ritueel. Want zo’n offerdier had op het platteland een speciale betekenis. Je hebt het geboren zien worden, je hebt het te eten gegeven, en dan een eersteling offeren, een feestmaal voor de Heer. En nu hier in Jeruzalem, even een dier kopen waarmee je geen binding hebt, en ja, heel netjes met goed geld betalen natuurlijk.

Waarom wordt Jezus zo woedend? Omdat het loze gebaren zijn geworden. Zijn leerlingen lopen niet weg! Zou ik wel gedaan hebben, denk ik. Die man is heel goed, maar ook heel goed gek! Maar zijn leerlingen herinneren zich de uitspraak over verterende hartstocht vanwege het Huis van zijn Vader.

De tempelautoriteiten, die worden ook woedend. In andere evangelies leidt deze actie van Jezus direct zijn ondergang in. Zij vragen naar zijn legitimiteit. En dan noemt Jezus het getal 3, hetzelfde getal dat ook een rol speelt bij de bruiloft in Kana. Ook daar ging het om de volheid van het leven. In drie dagen zal ik de tempel weer opbouwen. Ja, ook 46 is een bijzonder getal, volgens Bijbeluitleggers: 40 dagen woestijn + 6 scheppingsdagen of de letterwaarde van Adam.

De uitleg van getallen is bedoeld om een geheim te omcirkelen. We leven nu in de derde zondag van de veertigdagentijd. En de opstanding na drie dagen, dat geestelijk bouwwerk is voor ons nog ver weg. Maar niet voor niets is dit de derde zondag van de veertigdagentijd.

Wij hier, we leven nu met ons lege kerkplein, met onze audio-diensten per huiskamer. Daar moeten we dan maar het beste van maken, natuurlijk. En ook van onze gesprekken over de regels om te leven. Maar we kunnen ook eens zomaar in de zon of de wind op ons lege kerkpleintje gaan zitten, en de leegheid als ruimte ervaren, als bron van inspiratie en bezieling. Opdat we door al onze uiterlijke rituelen van samenkomsten en diensten heen ons richten op een leven met vaste bakens en gereinigd mogen worden in deze vastentijd.