Mar. 9, 2 – 10
- Lezing
- 1 Koningen 19, 9 - 18
Godservaringen
Vandaag hebben we twee prachtige lezingen. Het verhaal over Elia die God ontmoet en de verheerlijking op de berg. In beide lezingen is er sprake van een godservaring.
In de eerste lezing horen we hoe de profeet Elia de stem van God hoort. Elia is op de vlucht, Hij heeft met veel vertoon van macht de offers van baalpriesters belachelijk gemaakt en de priesters laten vermoorden. Nu is hij gevlucht, bang voor de wraak, en verbergt zich in een grot. Daar wordt hij naar buiten geroepen door de stem van God.
Het gaat in de Bijbelverhalen eigenlijk nooit om de geschiedenis of de feiten. Het gaat in essentie altijd om de antwoorden die mensen gegeven hebben op vragen als: waarom zijn wij op aarde, Wie ben ik ? Hoe moeten we omgaat met het kwaad? Is er een God en hoe is die God dan?
Omdat het ook nog steeds onze vragen zijn, zijn wij altijd nog bezig en geboeid in die verhalen, omdat ze herkenning oproepen, of juist niet, en ons zo helpen onze eigen weg te vinden in het leven.
In al die Bijbelverhalen worden mensen beschreven in hun verhoudingen tot elkaar en tot God. Sommigen van hen hebben een aparte plaats vanwege hun directe contact met God. Ze worden profeten, zieners of heiligen genoemd. Ze krijgen gezag door die godservaringen.
Elia was zo’n man Gods, een profeet, een heilige. Hij deed gedreven door de innerlijke overtuiging, die hij van Godswege kreeg, met kracht wonderlijke dingen: Hij liet vuur ontbranden op een kletsnatte offerplaats om de suprematie van de God van Israël aan te tonen, boven die van Baal. Hij zorgde voor voedsel toen de hongerdood dreigde, en wekte de zoon van de weduwe in Sarepta weer tot leven. Maar deze krachtpatser komt in dit verhaal tot een diepere ontmoeting met God. Hij is tot stilstand gekomen na al zijn vurige acties. Hij is ontgoocheld en bang en eenzaam en heeft zich verscholen in een grot. De stem van God vraagt hem naar buiten te komen. En dan laat God zich zien: niet in de aardbeving, niet het vuur of de storm.. ..
God is aanwezig in de Rouach, de adem, of zachte bries van de stilte -die alle godsbeelden van Elia overstijgt. Elia is zo onder de indruk dat hij zijn gezicht met zijn mantel bedekt.
Een Godservaring heeft veel impact. Hier in dit verhaal hoort Elia de stem van God. Velen van ons kennen dit verhaal uit een retraite. We herkennen, in de levensstormen waar wij
soms in zijn, de aanwezigheid van Gods stem in de stilte, vaak na de storm. Als wij lezen over de stem van God, interpreteren wij dat meestal, met onze wetenschappelijke en psychologische kennis van nu, als het horen van een stem in je binnenste. En dat is ook heel goed.
Toch zijn er ook altijd mensen geweest die, ondanks alle gebrek aan bewijs en logica en ondanks het feit dat dan anderen het onzin vinden, blijven getuigen van een zintuigelijke, reële openbaring van God. Een ervaring, als een inslag, waardoor hun kijk op het leven veranderde, zoals Paulus op weg naar Damascus. Het zijn er zoveel, je kunt in onze tijd ook denken aan een man als Thomas Berry, die door een numineuze natuurervaring zijn verdere leven is gaan wijden aan het behoud van de schepping.
Ik denk dat het visioen dat de drie discipelen in het evangelie van vandaag echt zo’n niet te verklaren godservaring was. En dat denk ik door mijn eigen ervaring met iets dat helemaal niet kan en wat ik toch meemaakte.
Mij overkwam zoiets door een spontane uittreding. Het is lang geleden ik was 24 toen mij dat overkwam. Maar tot op de dag van vandaag staat wat ik meemaakte nog helder voor ogen. Ik trad uit – vraag me niet hoe- , maar dat gebeurde: ik was plotseling buiten mijn lichaam en was in een andere werkelijkheid. Alles was er, maar wezenlijker. Ik zelf, mijn bewustzijn, bevond zich boven mijn lichaam, dat ik als omhulsel zag liggen.
En ik daarboven bewoog mij totaal vrij in die zo andere wereld. Er was geen tijd. Heden en verleden waren tegelijk aanwezig. Er was geen oordeel en er was geen afscheiding tussen mij en alles om mij heen. Ik ervoer dat alle leven met elkaar verbonden is door trillingen. Alles is energie. En ik zag dat het goed was. Ook dat wat wij op aarde niet goed noemen. Zoals de dood. Het hoort erbij.
Het is lang geleden, maar ik heb nooit getwijfeld aan de echtheid van deze ervaring. Die was echter en meer waar dan welke zintuiglijke beleving in onze normale werkelijkheid. Sindsdien heb ik weet van die verbondenheid van alles met allen en ben ik niet bang meer voor de dood.
Maar ik kwam ook weer terug in mijn lijf, waar het gewone leven gewoon verder gaat met zijn verdrietigheden en ongemakken. Maar er is wel iets in mij veranderd. Mijn beeld van God door deze ervaring meer dan door wat dan ook getekend.
Vanuit die ervaring kijk ik naar het evangelie van vandaag: die godservaring van Petrus Johannes en Jacobus. Zij gaan met Jezus naar boven op een berg. Marcus beschrijft het zo. Dat is niet voor niets. Een berg is een plek dichter bij de hemel, daar waar je afstand neemt van het drukke gewemel van het dagelijkse leven.
Petrus, Jacobus en Johannes zijn ook maar gewone mensen. Mensen die net als alle mensen op zoek zijn antwoorden op levensvragen. Zij kennen de schrift en hebben door
de vele verhalen, de wet en de profeten een beeld van God. Zij trekken al een poos met Jezus mee en zijn erg van hem onder de indruk. Hij doet wonderen, geneest zieken, preekt in de synagogen en op het veld over God die nabij is en wil dat de mensen elkaar liefhebben. Maar Wie is hij toch? Wat zeggen de mensen? Een reïncarnatie van Mozes? Elia? Ondanks het feit dat Petrus heeft hem zelfs al als Messias aangeduid vlak voor dit verhaal op de berg, is er toch nog geen echte helderheid.
Wat hen daar boven op die berg overkomt is weer moeilijk onder woorden te brengen, omdat het over een werkelijkheid gaat die voor gewone ogen niet te zien is. Poëtische taal, beelden. Maar wat er gebeurt is dat zij de man waar zij dagelijks mee optrekken opeens in het volle licht zien. Eigenlijk zien zij al een voorproef van Jezus in zijn verheerlijkte staat. Zij aanschouwen Jezus in gesprek met Mozes en Elia – voor hen de allerheiligste mensen die ooit geleefd hebben - en zij zien hoe Jezus éen is met hen. Hun ogen worden geopend voor het inzicht dat Jezus met zijn leven, zijn daden en zijn boodschap de verpersoonlijking is van alles wat in de verhalen, de wet en de profeten over God bij hen bekend is. Zij zien in hem hoe God is. Dat besef knalt bij hen binnen.
Onder de indruk en ondersteboven willen zij dit gevoel en deze ervaring vasthouden. Petrus vraagt: Heer zullen wij drie tenten bouwen, zodat we hier kunnen blijven in deze bijzonder sfeer.
Maar Jezus weet dat wat ze meegemaakt hebben nog niet echt is bij ze is ingedaald. Het gaat niet over een mystiek of theologisch inzicht. Jezus weet dat zijn bijzonder roeping op aarde geleefd moet worden. In de tijd die nog voor hem ligt, zal hij – met God mee – lijden aan de mensen die hem naar het leven zullen staan.
Jezus wil niet dat ze over dit visioen gaan praten voordat Hij zijn roeping volbracht heeft zij aan Hem ondervonden hebben hoeveel liefde het vraagt om de haat en al het duistere van de mensen op je te nemen ten einde toe. Zij mogen er niet over spreken totdat zijn roeping waargemaakt heeft en Hij uit de doden is opgestaan.
Want ook zij zullen nog net als Jezus door alle aardse weerstand heen moeten gaan ten einde toe. Zij zijn opgetild door wat zij alvast hebben mogen aanschouwen en worden door deze godservaring toegerust om in de dagelijkse harde praktijk van het leven Jezus te volgen, in naam van God.
Zo schrijft Marcus het op. Omdat hij wil getuigen van zijn geloof dat Jezus werkelijk de zoon van God is, degene in wie God zelf zichtbaar en aanraakbaar geworden is. En om ook ons met dit visioen kracht te geven en te bemoedigen om in onze dagelijkse dag de liefde te leven in het voetspoor van Jezus.