Mar. 11, 1 – 10
- Lezing
- Jesaja 50, 4 - 7
Palmpasen 2021
Zie de Mensenzoon.
Zie hem op weg.
Op weg naar die heilige stad:
Jeruzalem!
Die stad van vrede.
Vrede?
Hij móet zijn in dat centrum van religieus leven,
Een heilig moeten!
Hij weet het:
Hem wachten felle confrontaties.
En zou het daar bij blijven?
Maar hij moet!
Hij moet!
Hij kan niet anders dan luisteren
naar die stem in zijn binnenste
gedreven door liefde:
Om recht te doen aan de minste.
Om te bevrijden, mensen,
slaaf geworden zijn van wat niet al,
geknecht door de letter van de wet.
Hij wordt op zijn weg omringd door velen.
Ja, hij heeft naam gemaakt.
Omringd ook door zijn leerlingen,
die zich lieten roepen bij hun naam.
Hij wordt verwacht!
Hoog gespannen zijn de verwachtingen
van mensen langs de weg,
van zijn vrienden.
Bevrijden zal hij immers
van overheersende machten?
Ja, maar zo ánders dan ze denken.
Maar dát is nu nog ongeweten.
Zij spreiden hun mantels voor hem uit.
Zij zwaaien met palmtakken
als was hij een koning, zo zelfbewust!
Maar zie: niet hoog te paard, met macht bekleed,
maar op een ezelsveulen.
Rijdier van de arme, de zachtmoedige,
de nederige van hart.
Zo gaat hij door de straten
op dat veulen, dat nog geen last gedragen heeft
en dus bestemd kan worden voor de tempel,
toegewijd aan God.
Zo en niet anders aanvaardt hij de hulde:
Hosannah, zoon van David!
Gezegend is hij, gezegend
Die komt in de naam van de Heer
Zo roepen zij, zo roepen wij hem toe.
Weten zij, weten wij wie hij is?
Wat als wij ons inlaten met hem?
Wat als ons moeten ook een heilig moeten wordt?
Als ons houvast plaatsmaakt voor een open ruimte?
Als we uitstaan naar ik ben van Ik ben?
Hij is een wetende!
Hij weet wat hem te wachten staat.
Hij kent het verharde hart van de mens,
kent die mens die geen tegenspraak duldt,
die als de dood is voor eigen kwetsbaarheid,
als de dood voor verlies van macht, van houvast.
Hij kent die verharde mens, die tenslotte zal doden.
Dan zal hij, die weet heeft van weerloze liefde,
oog in oog blijven staan.
Hij zal niet, zal nooit wijken,
omwille van die anderen
die ondraaglijke lasten dragen.
Hij is een wetende!
Tot driemaal toe heeft hij het aangekondigd:
zijn weg door de diepte,
dat hij moet sterven
om levend te houden
Gods liefde in hemzelf, Gods liefde in ons
Zou hij zich hebben laten leiden door zijn angst?
Jaren zouden zijn toegevoegd aan zijn leven.
Maar: Hij zou zijn roeping hebben verloren.
Ja, Hosanna zal worden: Kruisig hem!
Hij is een wetende.
Hij weet van geen wijken
en zal niet ophouden
drager van Gods beeld te zijn.
Bij hem blijven op zijn weg.
Bij hem blijven deze week,
deze Goede week.
We kunnen het niet, we zullen willen vluchten.
Hij is ons te veel, te groot
En toch: Hij zal ons tonen, hij zal ons leren,
God zij dank,
dat in die diepte
opengebroken wordt:
Nieuw leven!
Zouden we ons dan niet met hem inlaten?