Joh. 10, 11 – 18

Petra Speelman
Lezing
Handelingen 4: 8 – 12

IN DE NAAM VAN JEZUS CHRISTUS

Mensen van God, ‘What’s in a name?’ Die uitroep klinkt uit de mond van Julia, gesproken naar haar Romeo, de man van wie ze houdt maar die nooit de hare kan worden, vanwege zijn familienaam.

In de lezingen vandaag klinken betekenisvolle namen. Namen die een programma onthullen, een opdracht, een belofte. In de eerste lezing horen we Petrus en Johannes. Petrus, de rots. Van de bange man die zich achter gesloten deuren verborg is niets meer te zien. Met kracht en bezield door heilige geestesadem staat hij voor de autoriteiten. Naast hem Johannes. Zijn naam is de Eeuwige is genadig. Ze verklaren hoe ze een verlamde man overeind hebben geholpen. Weggehaald uit de doden. Want, terwijl hij nog leefde was hij toch al bij de doden geraakt, in de doodsheid. En daaruit hebben ze hem helpen opstaan. De autoriteiten hebben gevraagd: door wat voor kracht of door welke naam hebt u dit gedaan? Petrus antwoordt eenvoudig: In de naam van Jezus hebben zij hem bevrijd, weer in het leven gezet. In de naam van Jezus. Zijn naam betekent: de Eeuwige redt. Een naam als een programma. Met een beroep op die naam heeft Petrus zijn hand uitgestoken en de man kon opstaan. Niet op zijn eigen gezag, maar in de verbinding met zijn Verrezen Heer, door wie hij zelf leven had ontvangen. Petrus getuigt verder: ‘Geen andere naam onder de hemel is aan ons gegeven waardoor wij ons kunnen laten redden’. Geen andere naam dan deze de naam van Jezus, de Christus, gekruisigd en verrezen. Bevrijding uit het land van de doden, redding ten leven, dat is dus kenmerkend voor die naam.

In de evangelielezing horen we Jezus die zelf nog enkele aspecten van die naam belicht. Jezus is ook geconfronteerd met iemand die in het land van de doden verkeerde. Een blindgeborene. In de ontmoeting met Jezus heeft deze man licht in zijn ogen gevonden, maar door de autoriteiten is hij uit de synagoge geworpen. Jezus zoekt hem op en geeft hem een nieuwe gemeenschap. In die situatie spreekt Hij dan over verhoudingen tussen mensen en hun leiders, en tussen God en Hemzelf, in beelden uit die tijd: een kudde schapen, de deur van de schaapskooi, de herders, slechte en goede. Hij geeft in dit beeld als het ware een verdere invulling van zijn naam:

Ik ben de goede herder. Ik ben, de evangelist Johannes gebruikt wel 7 keer deze zinsbouw. Ik ben, daarin klinkt de naam van God, zoals de Ene zich aan Mozes heeft geopenbaard. Wat een goede herder is, daarvoor klinken bij de toehoorders bekende woorden uit de profeet Ezechiël 34 en uit Psalm 23. Jezus legt die herderlijke kwaliteiten nog eens uiteen, in 3 delen, en spitst ze toe op zichzelf. Daarin laat hij een grote intimiteit zien tussen hem en de Vader, en tussen Hem en de mensen. Zielsverbondenheid die zich uit in reddende betrokkenheid op mensen. De eerste kwaliteit die Jezus noemt is dat de goede herder er is voor de schapen. Hij heeft hun belang voor ogen. Niet ego-gericht, maar zelf uit het midden. Bereid zelfs om zijn leven te geven, zijn levenskracht. Zo heeft Jezus zijn leven gegeven, zo heeft hij de liefde geleefd tot het uiterste. Hij heeft de consequenties op zich genomen van die keuze, kome wat komt. Dienaar van mensen, dienaar van God. Er is ook sprake van een vertrouwensband, van intimiteit, wederkerigheid en verbinding. Elkaar kennen en erkennen in ieders eigenheid. Daarin benoemt Jezus ook zijn eigen verbondenheid met de Vader. Vanwege die sterke verbondenheid kán hij zijn leven geven. Het kennen en gekend worden kan leiden tot die diepe overgave. Ik hoorde opnieuw de woorden uit Palm 23: ook al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik ben niet angstig, U bent toch bij mij, onder uw hoede durf ik het aan. Als 3de element noemt Jezus dat hij, als goede herder, oog heeft voor mensen die ‘buiten de stal’ zijn: aan de rand, die niet meetellen. Ook zij horen bij de ene kudde, onder de hoede van de ene herder.

‘What’s in a name?’ De naam van Jezus Christus is een naam vol van belofte en kracht en durf om op te staan. Een naam die redt uit alles wat klein maakt, neerdrukt. Een naam die bevrijdt uit het land van doden en doodsheid. Met een beroep op die naam durft Petrus te gaan staan en vrijmoedig te spreken tegen onrecht. Op te roepen om verantwoordelijkheid te nemen. Zijn hand uit te steken en een andere mens te helpen opstaan.

Wij zijn gedoopt in die naam, die naam van Vader, Zoon en heilige Geest. Hoe durven wij spreken en handelen in die naam? We zijn op weg naar Pinksteren, het feest van begeestering en moed. Vandaag krijgen we een prachtig getuigenis en een oefening om, in het spoor van Jezus, onze herderlijke kwaliteiten te onderzoeken en op ons te nemen. Om op onze beurt te behoeden en te bewaren. Bemoedigd door die naam: IK BEN, ik ben er voor jou. Vanuit die Naam kunnen we op adem komen en leven met elkaar. Mag het zo zijn.