Joh. 6, 60 – 71

Leonie van Straaten
Lezing
Jeremia 2, 4 - 13

Hoe worden wij Lichaam van Christus?

Er is veel onrust in de wereld, zeker vanwege de situatie in Afghanistan. In Nederland staat onze regering onder kritiek over hun trage handelen m.b.t. de evacuatie en bovendien stokt de formatie aan alle kanten. En er is een grote woningnood, waardoor de vluchtelingen die hun papieren eindelijk in orde hebben nu geen woonruimte krijgen, studenten geen kamers vinden en er voor de Afghanen die afgelopen week geëvacueerd zijn ook geen plaats is. In onze kleine wereld is er ook onrust: we zijn als gemeenschap in beweging en verandering. Het riep de vraag op, in onze voorbereiding: hoe leven wij met alles wat is ‘in God’? Hoe blijven wij in verbinding met de Enige? We weten het, het is van alle tijden: een woord van de Enige is een zeldzaamheid en visioenen komen niet dikwijls voor. Wie is in staat te luisteren, ook als er niets te horen is te blijven luisteren?

We hoorden de klacht van Jeremia, hij jeremieert en volgens mij terecht: de Enige is vergeten, de mensen lopen achter wind aan. Het is een aanklacht tegen de vluchtigheid, de waan van de dag en de emoties overheersen alles. Dan is her geen ruimte voor verbinding met de Enige, met de oergrond, de Bron van leven…

Maar als er wel geluisterd wordt, zoals in het Evangelie, dan dringen zich moeilijke keuzes op. En hoe groeit dan, al luisterend, een gezamenlijkheid, een samen op weg zijn omwille van wie en wat ons overstijgt, omwille van goed en menswaardig leven, goed voor mens en schepping? M.a.w.: hoe worden we gemeenschap in zijn Naam? Want dat is een blijvend avontuur, ook na 55 jaar wat betreft de Hooge Berkt hier ter plaatse. Maar evengoed na 2100 jaar wat betreft de kerk van eeuwen. Kort samengevat: hoe worden wij Lichaam van Christus?

Met deze vragen luisterde ik naar Johannes. Met de woorden van Petra die vorige week hier stond in mijn herinnering: Jezus’ vlees eten en zijn bloed drinken is ongemakkelijk. Het vraagt om goed te kauwen, hem helemaal in je opnemen, je helemaal laten doordringen van Hem. Dat vraagt dat ik ruimte maak voor Hem en mijn eigen beelden loslaat. Dat gaat soms goed in een retraite, mocht ik onlangs nog persoonlijk ervaren. Maar in het dagelijks leven is mij dat niet altijd gegeven. Hem helemaal opnemen: ik vind het moeilijk te verteren dat jezus zichzelf tot voorwaarde stelt om te kunnen leven… Dat hoeven we ook niet als zoete koek te slikken: zijn zelfbewustzijn raakt aan exclusiviteit en dat schuurt met mijn, ik vermoed ook onze, beelden over oecumene en het serieus nemen van interreligieuze vraagstukken.

De kring rond Jezus wordt steeds kleiner: de Judeeërs zijn al afgehaakt en nu horen we hoe de grotere kring van leerlingen struikelt over zijn woorden en die als ‘hard’ benoemen. Als iets te hard is, dan is het ook niet lekker kauwen laat staan te verteren. Ze

luisteren naar de letter en blijven steken bij het vlees, de materie. Ze verstaan in Jezus’ woorden geen geest en leven en zo wordt zijn woord een breekpunt. Want Jezus zegt hen dat geloven en leven met de Enige je gegeven wordt – dat gaat niet via het verstand en de wil. Maar die leerlingen willen het kunnen begrijpen en openen zich niet om te ontvangen, ze maken geen ruimte voor het onbegrijpelijke en ze keren hem de rug toe. De spanning rondom Jezus loopt op, maar de spanning in hem ook vast en zeker! Het conflict is immers verschoven van de joden naar de meest intieme kring, de crisis gaat tot in de kern en vraagt om onderscheiding.

Want hoe groeit dan toch het Lichaam van Christus, wat is dat de 12 wel meegaan in zijn voetspoor? Deze intimi laten iets zien: één spreekt namens de rest, Petrus. Dat lijkt me een begin van groei. En hij zegt zowel iets over Jezus als over zichzelf. Luisteren, naar de ander en jezelf, hoe moeilijk is het om mij te voegen in de woorden van een ander. Om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en de handen op elkaar… Blijkbaar moet je, zoals de 12, heel goed weten dat er veel op het spel staat: je gaat Hem achterna of je gaat achter Hem weg. Je ontvangt leven, eeuwig leven, kwaliteit van leven, of je houdt alles in eigen hand. En staat dan uiteindelijk met lege handen. Nu het erop aankomt bevestigt Petrus Jezus’ ‘Ik ben’ uitspraak: ik geloof, U bent de heilige van God. In deze belijdenis van geloof verteren de 12 Jezus, ook al begrijpen ze de impact van de belijdenis nog niet. We zijn pas in Johannes 6 en er is nog een lange weg te gaan, door dood en verraad heen, om tot overgave aan die diepste liefde te komen.

Waar sta ik, waar staan wij t.o.v. Jezus? Verteren wij Hem? Kunnen wij zijn zelfbewustzijn verdragen? Zien wij in Hem de Heilige van God? Ik kan dit alleen als ik besef dat Jezus Gods liefde belichaamt. En zeker in de ogen van Johannes: zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij mens geworden is. En op dit punt aangekomen, dringt het tot mij door dat ik, als ik Hem verteer, zelf ook die liefde belichaam. Dat is wat ik ontvang en waar ik van mag delen, dat is wat wij ontvangen en met elkaar en velen mogen delen, rondom deze Tafel. En worden we niet juist dan wie we zijn, wie we bedoeld zijn: Lichaam van Christus. Want zo kan Gods liefde ons doordringen, zo worden wij in die liefde verzameld en groeien we – dat geloof ik – tot een samen-leven in God.