Joh. 7, 32 – 39

Petra Speelman
Lezing
Zacharia 14: 1 = 11

STROMEN VAN LEVEND WATER

Mensen van God, een prachtig beeld is dat, van die stromen van levend water die uit je binnenste zullen vloeien. Het roept iets op van frisheid, sprankelend, overvloedig leven. Een belofte, waar een uitnodiging aan voorafgaat. Jezus zegt: ‘Kom naar mij als je dorst hebt en je kunt drinken’. Wanneer je je zo toevertrouwt aan Hem, dan gebeurt er iets in jou, je raakt doordrenkt van dit levende water dat Hij geeft. Dat wordt in jou zelf een bron die naar buiten stroomt. Vanuit je binnenste, je buikholte staat er letterlijk. Dat is het gebied waar ook je emoties zitten, je wezen. Het is een lijfelijk gebeuren dat Jezus beschrijft. We worden radicaal vervuld tot in ons diepste wezen. En veranderen daaraan. Le point vierge, waarover de Amerikaanse theoloog Thomas Merton spreekt. Het punt in je lijf waar je samenvalt met God. Vanuit dat punt waar je geraakt wordt, waar je in verbinding bent met je Schepper, van daaruit komt die stroom op gang, die liefdesstroom opent naar de andere mens, naar de wereld.

Wat is dat levend water? In het Grieks zijn er 2 woorden voor leven: bios, het feitelijke tastbare aardse leven, dat wij kennen van biologie, en biodiversiteit. En zoë, een prachtige meisjesnaam, maar het betekent dus leven, en wel leven dat van geest is vervuld, het hemelse leven. Dat laatste woord is voor de evangelist Johannes belangrijk. In zijn getuigenis over de goede boodschap van Jezus spreekt hij voortdurend over dit leven, dat in Jezus uit de hemel is neergedaald en in ons aardse bestaan is gekomen. Levend water.

Een belofte voor wie op de uitnodiging ingaat. ‘Wie dorst heeft kome naar Mij’. Voel ik me, voel jij je aangesproken? Soms ben je zo bezig, onderweg, in je werk, in relaties, in gemeenschap.. dat je je misschien niet realiseert dat je dorst hebt. Dat je ten diepste verlangt naar die diepere laag, die met Geestkracht gevulde stroom van dat levende water. Steeds weer opnieuw kun je je daartoe bekeren, je bewust worden van die mogelijkheid tot leven, ten volle. Kom maar, wend je toe, bemerk dat je dorstig bent.

Wie dorst heeft kome naar Mij. Jezus verwijst naar zichzelf als schenker van dat levende water. Altijd in verbinding met de Vader, met Hem die mij gezonden heeft, zoals Hij zegt in de menigte. Voor de toehoorders van Jezus klinken andere plaatsen in de Schrift mee, waar het gaat over levend water, rivieren, stromen van leven. Zoals een hert reikhalst naar levend water, we zingen uit deze psalm in de Lichtdienst. In de profetie van Ezechiël en van Jesaja, klinken beelden van rivieren en water dat stroomt ui t de tempel. De lezing van vanochtend uit de profetie van Zacharia brengt het visioen van het levend water dat uit Jeruzalem stroomt.

Hier staat Jezus in de tempel op het Loofhuttenfeest, het feest waar de Joden elk jaar nog steeds dit hoofdstuk 14 uit Zacharia lezen, daar zal ik straks iets meer over zeggen. Op dit feest vullen priesters grote schalen met water uit de Siloamvijver en sprenkelen dit vermengd met wijn op het altaar. Het is het pelgrimsfeest waarbij de afhankelijkheid van God wordt beleden, de tocht door de woestijn naar vrijheid wordt herdacht, en de belofte van God om er altijd te zijn wordt gevierd. Dat levende water, dat vind je bij mij, zegt Jezus. En zo getuigt Johannes.

Dat is niet een vrijblijvende uitnodiging, maar het vraagt om een toewijding, een verbinding aan te gaan. Met Hem, en met de Ene die hem gezonden heeft. Het gaat om een weg ten leven, die belofte blijft staan. Maar die weg zal gaan dwars door de werkelijkheid van het leven met alle lijden en verdriet en pijn. De weg van de mens, van elke mens. In deze uitspraken van Jezus in de tempel, en zoals Johannes het aan zijn gemeente vertelt, en wij vandaag horen klinkt ook al door dat de weg die Jezus gaat, ook lijden kent, door diepte heen gaat, door dood heen. ‘Ik ben nog maar een korte tijd bij jullie’ zegt Jezus, ‘dan ga ik heen naar wie mij gezonden heeft’. Er is al een voortdurende dreiging vanuit de autoriteiten, een onbegrip en misverstaan door de omstanders. Hoe pijnlijk is het dat de mensen Hem niet begrijpen en onderling murmelen: waar gaat hij heen, hoezo kunnen wij hem niet volgen? En we horen die aankondiging van lijden en sterven ook in de woorden van Johannes dat de Geest er nog niet was, omdat Jezus nog niet was verheerlijkt. Het woord dat Johannes gebruikt voor dat mysterie van Verrijzenis. Dat levende water is een belofte, een vooruitzicht voor wie met Jezus die weg van de mens wil gaan, met Hem wil afdalen en door dood en doodsheid heen zal opstaan.

In het visioen van Zacharia over het levende water dat uit Jeruzalem stroomt klinkt ook eerst de benauwenis van zijn tijd. We horen in zijn woorden de realiteit van ook ons leven, met alle verdrukking, misbruik van kwetsbare mensen, volken die onder de voet worden gelopen, mensen die niet mogen bestaan. Bijna niet uit te houden en moeizaam te verstaan wat hij hier zegt. Hoe is God aanwezig in al dit lijden? God is er bij, is niet onverschillig, maar strijdt in ons mensenkinderen de strijd voor het goede en juiste en schone, zo klinkt ook. ‘De Heer trekt uit en bindt de strijd aan’, zo ziet Zacharia in dit visioen, tegen alles en iedereen wat vernietigend is. Zachar-Jah: zijn naam betekent: God gedenkt, God herinnert zich. Een naam als een handvest, een programma. Ik zei het al: dit hoofdstuk wordt gelezen op het Loofhuttenfeest, nog een reden om het naast Johannes te lezen vandaag. Het feest waarop Israël gedenkt: Gedenk waar je wortels liggen, bij de Ene die jou gedenkt. Die Ene die intocht zal houden, op die dag die alleen Hij kent, maar die zeker komt. Op het avonduur zal het licht worden. En dan zal er levend water uit Jeruzalem stromen, de Heer zal koning zijn over de gehele aarde. Mensen kunnen wonen en er zal geen vernietiging meer zijn. En Jeruzalem zal een veilige plaats zijn, stad van sjalom. Een diep verlangen in mensen van alle tijden en plaatsen.

Zo staat Jezus in die lange lijn van God met mensen. Zo verstaat Hij zijn roeping, ten diepste.

Hij roept: ‘Kom als je dorst hebt, en drink van het water dat ik je geef. Wie zich aan mij toevertrouwt uit je binnenste zullen stromen levend water vloeien’. Wat een rijkdom dat we ons naar Jezus kunnen keren, en onze ziel laven aan zijn liefde.

Mogen we zo in deze Vredesweek leven met elkaar.