Joh. 7, 40 – 52

Annet van Straaten
Lezing
2 Samuel 23, 13 – 17

‘Wie is Hij toch?’

Mijn gedachten gaan naar een radio-interview met een ondernemer deze week, n.a.v. een 2 pagina’s beslaande advertentie van hem in diverse dagbladen, waarin hij aankondigt dat er een revolutie nodig is in de arbeidsmarkt. Hij lichtte zijn missie rustig toe. En sloot af met: over 5 jaar hoort u meer over mij. Op de vraag hoezo? antwoordde hij in vaste overtuiging: ‘dan ben ik de grootste werkgever van heel Nederland.’ Een gek of een genie? De tijd zal het leren. Ik moest aan hem denken, toen ik met het Evangelie bezig was. Daarin wordt getast en gezocht naar wie Jezus toch is. Hij veroorzaakt verbazing, hij veroorzaakt enthousiasme. Maar ook deining, onrust. Hij ontregelt. Hij handelt ongebruikelijk. Én: Hij doet goed, Hij geneest, predikt een boodschap van bevrijding. Maar Hij daagt ook uit, door zich niet zonder meer aan de Wet te houden, maar door die te interpreteren vanuit de vrijheids-boodschap die hij erin verstaat. Daardoor raakt hij in opspraak. Hij roept vreugde op over de Schrift, maar ook angst bij degenen die hun positie hebben gevestigd op de gangbare opvattingen. Die Jezus nu juist ter discussie stelt met zijn gedrag en uitspraken. En wanneer Hij daarover wordt bevraagd heeft steeds antwoorden waar die gevestigde orde geen raad mee weet. Wie is hij?

Zo iemand, zulke mensen, die niet beantwoorden aan verwachtingen, die eigen, authentieke keuzes maken, maken altijd onrustig. Ze confronteren hun omgeving met zichzelf. De dienaars, die waren uitgestuurd om Jezus op te pakken, komen met lege handen terug, onder de indruk van zijn optreden: ‘Nooit heeft iemand zó gesproken als die man!’ De Schriftgeleerden willen niet luisteren naar de dienaars. Ze gaan in de aanval: ‘Hebt u zich soms ook laten bedriegen?’ Wat is het moeilijk, om te luisteren als je eigen positie bedreigt lijkt te worden. Maar waarom wordt die eigen positie bedreigt? Dat kan alleen maar, als die niet eerlijk verkregen is. Of als die een eigen bezit is geworden. Als die niet meer ter discussie mag komen, als je niemand meer bent zónder die positie. De Farizeeën zeggen de Wet te beschermen, maar wat ze doen is elke vraag in de kiem smoren. Nikodemus stelt zich als enige wel open voor het geluid van de dienaren en durft zichzelf en de andere Schriftgeleerden de kritisch-onderzoekende vraag te stellen: ‘Veroordeelt de Wet iemand zonder hem eerst te horen?’. Hij wordt onmiddellijk afgeblokt met een tegenvraag, waarmee de Farizeeën zichzelf buiten schot houden: ‘zijt Gij soms ook uit Galilea?’ Zij houden zich doof voor het enthousiasme van het volk en sluiten zich ook af voor de eerlijke, verdiepende vraag van Nikodemus.

David, daarentegen, in 2 Samuel laat zien hoe het anders kan: híj is in staat om te veranderen. Hij wijzigt van standpunt. Hij overstijgt zijn wens om te drinken, hij laat hij zich

raken door het gedrag van de 3 aanvoerders, door het offer dat zij bereid waren te brengen. David die, grote koning die hij was, helden had die hij vereerde. Door wie hij van voornemen veranderde en zijn Heer ging danken met het water dat hem gebracht was. Als we dan niet Jezus zijn, met zijn radicale leven, laat ons dan oefenen om David te zijn, die zichzelf loslaat en luistert naar zijn innerlijke reacties op wat écht van waarde is en daar op in durft te gaan.

In beide lezingen gebeurt veel, is veel beweging. Dat geldt ook voor onze tijd: in de Nederlandse politiek, in Europa, met betrekking tot het Coronabeleid of over de klimaatcrisis. En dichterbij: in onze gemeenschap. Wat betekent vereenvoudiging? Hoe houden we toekomst met afnemende draagkracht. Hoe leven wij samen met onze verschillen? Wanneer sprake is van verschillen, van tegenstellingen, van uiteenlopende belangen, is het een kunst om verbinding te houden. Luisteren naar elkaar, je openstellen, doorvragen, en blíjven luisteren. Het is moeilijk, maar alleen dan kan er verbinding blijven of weer opnieuw ontstaan.

Het is de grond van onze gemeenschap, vormgegeven in ons logo. Het logo, dat Jozef soms zo prominent droeg: ‘naast de pijn van het gescheiden zijn (want verschillen scheppen afstand!), ligt er een oproep om je leven naar de ander te delen en in de overbrugging te luisteren naar het Leven dat zingt.

Mogen we ons leven blijven delen met elkaar, mogen we daarin blijven oefenen in luisteren! Totdat we het Leven horen zingen.