Luc. 1, 5 – 25

Annet van Straaten
Lezing
Zacharia 14, 4 - 9

Titel: ‘Er zijn geen zekerheden.’

In de tijd van Zacharia, één van de kleine profeten uit het Oude Testament, ruim 300 jaar voor Christus, was sprake van vijandelijke overheersing en dreiging van teloorgang van Jerusalem, het leven was uitzichtloos, somber. Het is niet moeilijk, om een vergelijking te maken met onze tijd van dit moment: dreigingen overal: Corona, rellen en protesten in de samenleving, een overheid die steeds minder vertrouwen geniet, dreiging van Europese partners die rechts radicaliseren, dreiging van grootmachten die elkaar provoceren, klimaatcrisis die niet gekeerd lijkt te kunnen worden, vluchtelingen waar onmenselijk tegen wordt opgetreden, enzovoorts. En op het niveau van de gemeenschap, zou je kunnen stellen: Hier is Zacharias, hier is Elisabeth. Hier is onberispelijk leven, geheel volgende geboden en voorschriften van de Heer. Maar er zijn geen kinderen, we blijken onvruchtbaar en we zijn al op jaren. Dat is de stand van zaken in deze lezingen. Dat is ook onze werkelijkheid. En dan gebeurt het, dat er een profeet opstaat die ongelooflijke uitspraken doet: over een vluchtweg uit de dreigingen, over belofte van een leven zonder wereldse orde, maar met een Goddelijke orde: de Heer zal koning zijn over de hele aarde, zijn Naam zal de enige Naam zijn. En in Lucas gebeurt iets soortgelijks, op persoonlijk niveau: Zacharias die door een engel bezocht wordt en de boodschap krijgt een zoon te zullen ontvangen, die grote betekenis voor het volk zal krijgen. Stel je voor: iemand onder ons, al op jaren, die nieuw leven zal ontvangen, waardoor er weer toekomst ontstaat voor onze kleine samenleving hier! Hoe concreet durven wij ons dit voor te stellen? Zacharias kon het niet aannemen: ‘Hoe kan ik daar zeker van zijn? Hoe kom ik erachter dat het klopt wat ik nu ervaar?’ Hoe weten wij, dat de keuze voor een toekomstgroep ons richting zal wijzen naar nieuw perspectief? Wie garandeert ons dat? Hoe moeilijk is het, om te geloven dat nieuwe initiatieven in onze samenleving leiden tot een betere, mooiere maatschappij met meer verbondenheid, meer gelijkheid, meer respect voor elkaar. Hoe moeilijk is het, te geloven, dat de inspanningen in onze kerken en wereld om een einde te maken aan de kampen in Lesbos, tot succes leiden? Ik ontving van Jelle deze week de 61e weekbrief met alle ontwikkelingen: de nare, de hoopvolle. Al 61 weken lang

wordt deze brief gemaakt en verspreid. Als één van de tekenen van solidariteit en hoop. Het is maar een klein voorbeeldje. Hoe moeilijk is het te geloven dat hier of daar iemand sterk wordt bewogen tot daden om in onze gemeenschap nieuwe impulsen op te roepen. Of te geloven dat de nieuwe ideeën die de jongere leden hier aandragen, goed, nee béter zijn. Dat de bestaande orde beter verlaten zou kunnen worden, omwille van toekomst. Ik begrijp Zacharias steeds beter, naarmate ik vaker zijn geschiedenis lees. Hij had 9 maanden nodig, de periode van een zwangerschap, om te geloven wat hij niet kon begrijpen: dat nieuw leven, toekomst niet te máken valt door menselijke inspanningen alleen. Dat er luisteren nodig is, open, leeg, woordloos. Héél lang. Om los te komen van onze beelden, onze mening, onze ervaring. Om open te staan voor dat wij niet weten. Niet weten. Dat God ons leidt en richting zal geven. In deze donkere tijd van het jaar wordt de Advent ons aangereikt. De tijd waarin we mogen verwachten. Laat ons als oude mensen oefenen met verwachten, open staan voor de boodschap van nieuw leven. Hoe dan ook! Geloven, dat dit ene lichtje dat we aanstaken, het verschil kan maken tussen uitzichtloosheid en uitzicht. Laten we zwanger zijn van deze hoop.