Mat. 5, 17 – 23
- Lezing
- Sirach 15, 14-20
Geen wet zonder liefde
We zojuist hoorden is het vervolg van de Bergrede. Die begint met de zaligsprekingen die uitlopen op de oproep die we vorige week hoorden. Jullie zijn zout en het licht voor de wereld. Vandaag horen wij hoe wij dat zout en licht kunnen zijn. Door ons aan de wet te houden, aan de richtingwijzers die het volk Israël heeft opgedaan tijdens hun tocht door de woestijn. Als je gelukkig wilt leven, moet je elkaar niet vermoorden, bedriegen, bestelen, beliegen. Het hele oude testament spreekt over het belang van de wetten, de psalmen bezingen ze, De profeten vermanen het volk zich eraan te houden. Ook Jezus Sirach die we in de eerste lezing hoorden spreekt erover. Wij zijn vrij, om ons al dan niet te houden aan Gods wetten, maar het is wel een keuze tussen dood of leven, zegt hij. De mensen tegen wie Jezus spreekt kennen de wetten. Ze zijn er mee vertrouwd, opgegroeid. Jezus zegt dan ook: Jullie hebben gehoord dat er gezegd is. Maar dan komt het! Hij gaat in alle voorbeelden die hij opnoemt veel verder. Hij is zo veel radicaler! En ze gaan niet over een aspect van je leven, een deelterrein, ze betreffen je hele leven: je omgang met anderen, je huwelijk, je seksualiteit. Jezus vervolgt: ik ben niet gekomen om de wet af te schaffen, integendeel, geen titel noch jota zal vervallen, maar ik ben gekomen om ze te vervullen. Vol te maken. Deze toespraak zal zeker ook shockerend geweest zijn voor de toehoorders. Als jullie gerechtigheid die van de farizeeërs niet overtreft zal je zeker het koninkrijk niet binnengaan. De Schriftgeleerden hadden ervoor geleerd, en zij hadden veel meer tijd dan de gewone mensen om zich aan alle voorschriften te houden. Moest het dan nog beter? Dat is onmogelijk en volgens mij ook niet de bedoeling van Jezus. Bij hem gaat het altijd over de liefde, niet over pogingen om uit te blinken in perfectie, heiligheid of je best doen. Hij is gekomen om de wet weer te vervullen, Vol te maken van de eigenlijke bedoeling. En dat is nodig omdat Jezus tot zijn verdriet ziet dat er meer aandacht is voor de vorm dan voor de inhoud, Er is zoveel nadruk is komen te liggen op de organisatie van het leven en het moeten naleven van allerlei voorschriften. Het leven werd erdoor verstikt.
Ook onze maatschappij functioneert door ons te houden aan wetten, regels, afspraken die we gemaakt hebben om als samenleving veilig en harmonieus te kunnen leven. Gewend aan luxe en gemak vergeten we gemakkelijk dat die wetten er niet voor niets zijn: onze openbare orde vaak met veel moeite veroverd is op chaos en onrecht. We vergeten dat we voor hebben van dat gemak en die gezamenlijke veiligheid ook iets in moeten leveren aan individueel belang.
Maar we hebben al wel gemerkt dat al die vrijheid de samenleving geen goed doet. De sterken leven ten koste van de zwakkeren, de rijken worden steeds rijker en machtiger. En ondertussen groeit de verruwing en het geweld en is er veel onvrede en gevoel van onbehagen, onveiligheid en wantrouwen. Ik herken alle twee de kanten: Zowel het vastlopen in te veel regelgeving - als de onrust als gevolg van het loslaten van de regels en de zekerheden die daarbij horen. Horen. Wij hebben in de gemeenschap ook met beide kanten van doen in het proces van de Doortocht. Maar geen enkele samenleving kan functioneren zonder wetten en hoe meer ik er over nadacht: Ik kan geen andere weg bedenken die beter is dan die van Jezus, die van de broederschap. Met macht en onderdrukking lukt het niet. Zeker niet op den duur. Alleen met een duidelijk doel of een richting voor ogen - en een voortdurende reflexie op wat goede vruchten voor allen voortbrengt, komen we verder. Dichter bij het koninkrijk van God om het mooi te zeggen. Maar dat is wel erg vaag en de praktijk is weerbarstig. Want wij zijn als mens niet alleen, maar met anderen. En dat samengaat niet vanzelf goed. Om dat samen in goede banen te leiden hebben wij richting en leiding nodig. Te beginnen met ouders, die hun kinderen het goede leren. Wat van waarde is en wat niet. Zalig hij die Gods geboden, onderhoudt en ze aan anderen leert, staat er in vers 19 Bij dit vers moest ik denken aan iets van waarde dat ik leerde door mijn moeder. Ik was een jaar of 8 of 9. Mijn vriendinnetje en ik hadden op een woensdagmiddag na school geld gejat uit de spaarpot van haar broertje. We hadden de munten met een mes in de gleuf uit het spaarvarken gekregen. We hebben er bij de apotheek drop voor gekocht. Van die kleine salmiakjes. Allebei een hele grote zak. Van 10 cent. We hadden nog geld over. Want 50 cent was toen nog heel veel. We hebben die zakken helemaal leeggegeten tot we een beetje misselijk werden. ’s Avonds toen ik al naar bed was kwam mijn moeder in mijn kamertje met geld in haar hand. Ze had van de moeder van mijn vriendinnetje gehoord hoe het broertje onze diefstaf ontdekt had. Ze had het niet willen geloven, maar ze had het overgebleven geld in mijn jaszak gevonden. Ik weet het niet zeker meer, maar ik geloof dat mijn moeder huilde. Ze opende haar hand met het geld uit mijn jaszak: Gestolen geld van mijn dochter! Het was vreselijk. Ik leerde door die avond hoeveel schade je aanricht met het grijpen iets wat jou niet toebehoort. Ik weet niet wat ouders of pedagogen van nu zouden doen, maar zij deed het met heel haar hart en daardoor weet ik voor altijd dat je iets veel waardevollers kwijt kan raken dan een paar centen. Jezus is leraar bij uitstek van die waarden. In zijn leven leefde hij die waarden voor, door zijn liefde voor zijn naasten en de levensrichtlijnen van God, die hij in praktijk bracht. Als we die liefde niet meer voelen, koesteren en leven en doorgeven met hartstocht, worden wij als dat zout dat zijn kracht verloren heeft. En straalt er geen licht meer uit van ons samenleven. Jezus is onze leraar, privé leraar, - ook wel – en dat is ook echt nodig, maar ook voor ons als volk van God. En ik geloof dat wij niet tot individualiteit geroepen zijn, maar tot broederschap. En broederschap gebeurt niet vanzelf. Wij hebben als volk leraren, en leiders nodig. Goede leiders, die kunnen bundelen. Licht dat gebundeld op een standaard geplaatst wordt, is veel krachtiger en heeft meer effect heeft dan verspreide aparte vlammetjes op de grond. En ik geloof dat het bedoeling is dat Gods licht in het donker zo ver mogelijk reikt. Dat gebeurt door bundeling, richting en leiding en bijsturing.
Daar zijn leefregels voor. Ook de onze, uit ervaring van samenleven ontstaan. Maar die zijn niet opgeschreven om op papier te laten bestaan. Broederschap aangaan, je verantwoordelijkheid nemen. We moeten ermee blijven oefenen met het lef en de trouw en volharding van Jezus. De oproep van vandaag gaat over de innerlijke houding waar mee je je telkens weer keert naar het hart, je eigen hart, dat van de ander en daar telkens opnieuw voor kiest. Individueel en gezamenlijk. Kijkt je oog met de verkeerde blik? Ruk het uit. Grijpt je hand iets met de bedoeling het alleen voor jezelf te hebben? Hak af die hand. Het gaat niet om de letter van de wet, en niet om perfectie, omdat we elkaar per definitie nodig hebben als aanvulling en tegenover. Maar we zijn hier om elkaar te versterken en te bemoedigen in de goede richting. Omdat wij – zoals wij hier zitten - wel weet hebben van de liefde die ook Jezus bezielde en het is daarom dat wij Zijn licht ook kunnen doorgeven.