Mat. 4, 1 – 11

Tineke Renkema
Lezing
Gen. 2: 7 – 9; 3: 1 - 7

God waagt het met ons

Samen met Johannes vervulde Jezus de gerechtigheid door zich door hem te laten dopen. De echo van de stem klinkt nog na daar aan de oever van de Jordaan. ‘Dit is mijn geliefde zoon, in wie ik welbehagen heb.’ Even is alles goed!

Het doet denken aan het in de beginne! Aan de Hof van Eden met de levensboom en de boom van kennis van goed en kwaad en de mens die in die tuin wordt gebracht om die te beheren. Even is alles goed daar in die tuin.

Het roept op die momenten in ons leven van ‘zien soms even’, van weten goed te zijn zoals je bent met heel je gebrekkige liefde. Momenten van je geliefd weten, gewild, bedoeld, bestemd. Op die momenten is alles goed.

Maar dan voert diezelfde Geest, die bij zijn doop als een duif op Jezus neerdaalde, hem vandaag omhoog, de woestijn in.

De woestijn: Zo anders dan die vruchtbare grond van de Jordaan. Zo anders als die Hof van Eden. Zo anders als die momenten van ‘zien soms even’. Woestijn, woestijntijd, veertigdagentijd: Plaats en tijd van uitzuivering, van beproeving. Hier doet de duivel zijn werk. Poogt uiteen te werpen wat één is, te verdelen wat samenging, ter discussie te stellen die ervaring van geliefd zijn. In de woestijn wordt de mens in spanning wordt gezet, moet hij leren onderscheiden de bewegingen van goed en kwaad.

En dat moet gebeuren. Dat kan blijkbaar niet anders. Want het is diezelfde Geest van God die Jezus naar de woestijn voert. Het is de Geest van God, die de mens laat weten geliefd te zijn, maar hem ook brengt in de situatie van beproeving. Ook dat was er al vanaf het begin. Ook de slang was immers aanwezig in die hof van Eden. Ja, ook de slang is door God geschapen. God laat de slang in de hof van Eden, die beproever, die uiteenwerper zijn werk doen.

Waarom toch beproeving, waartoe? Ik denk niet dat dat is om ons te testen op onze betrouwbaarheid. Maar waarom dan wel? We worden beproefd om ons uit te zuiveren, om daar doorheen te gaan en daardoor steeds steviger te staan op dat fundament van liefde en waarheid.

Dat we kunnen erkennen dat wij begrensd zijn, dat we de a(A)nder nodig hebben, dat we het niet alles in eigen hand hebben, onder controle, dat we geen heer en meester zijn.

Misschien herkennen we het in ons eigen kleine leven: Dat door een ervaring van diepte heen we steviger geworteld staan op geloofsgrond. Maar dat is niet vanzelfsprekend, want er is ook die verleiding de weg van het geloof en vertrouwen maar te verlaten, omdat het niet brengt wat we hadden verwacht.

Ja, God waagt het met ons, neemt dit risico. God laat de beproever zijn werk doen! Het is door de beproeving heen dat we steeds beter kunnen leren onderscheiden: stem en tegenstem, tussen dat wat afbreekt en dat wat opbouwt, tussen dat dat wat de weg naar de ander opent of dat wat die weg afsluit, de weg van het jezelf genoeg zijn, van je ikkigheid.

God waagt het met ons. Hij laat ons vrij! God laat ons vrij om onze bestemming buiten onszelf te zoeken i.p.v. op onszelf terug te buigen! Het is daarop dat wij worden beproefd.

En dan is er die mens die ons voorgaat op die weg door de beproeving heen, die door die Geest van God naar de woestijn wordt gevoerd. En na veertig dagen vasten, aan het eind van zijn krachten en met een grote honger, ja juist dan wordt hij beproefd .

De eerste beproeving: Als u de zoon van God bent, zo begint de beproever. Als! Hier wordt het Zoon van God zijn, het woord dat op hem werd gelegd bij zijn doop, ter discussie gesteld. Ben je wel die geliefde zoon? Als je de zoon van God bent, dan kun je toch zelf je honger stillen, van stenen brood maken.

Ja, dat zou kunnen, maar hij is bestemd om zelf als brood gebroken te worden en gedeeld. Dat is waarvan en waartoe hij leeft. Zo is hij bedoeld!

De tweede beproeving: Weer dat als! Als u de zoon van God bent. De beproever leidt Jezus omhoog naar het dak van de tempel en vraagt hem de sprong te wagen. Maar het gaat hier niet om het wagen. De beproever daagt Jezus niet uit om zich te wagen, maar om God te testen op zijn betrouwbaarheid. Je mag dan geliefd zijn maar zal God je werkelijk redden?

God, zo anders als de beproever, beproeft de mens omwille van het verdiepen, uitzuiveren van de liefde.

De derde beproeving: Hier geen als. Hier heeft de beproever het bezitten van de wereld in de aanbieding. Maar dat blijkt een soort ruilhandel: Eigenaar worden van de wereld op voorwaarde van het zich buigen voor, het vereren van hemzelf. Jij mens : de wereld; ik : het centrum van alles.

God daarentegen geeft om niet! God laat de mens vrij! Gods liefde is onvoorwaardelijk. God waagt zich.

Ga weg, Satan. Het is genoeg. Zo indrukwekkend en eenvoudig is het: Ga weg! Jezus zal aan God zijn centrale plaats niet ontnemen Jezus zal op zijn beurt zich aan Gods liefde wagen. In die kwetsbaarheid zal de Mensenzoon machtig blijken te zijn, weerloze liefde die aanwezig wil komen. Ja, en dan zijn er engelen om voor hem te zorgen.

Wagen wij ons aan Hem?

Wagen wij ons aan elkaar?

Blijven wij het wagen in de beproeving?

Ga weg, Satan. Het is genoeg.

Hier ben ik.

Mag het zo zijn.