Joh. 6, 16 – 24

Annet van Straaten
Lezing
Jes. 41, 17 - 20

‘Door zien’.

Deze woorden van Johannes over zien, niet meer zien, zien worden driemaal herhaalt en vragen daarmee om aandacht. Het riep bij me op: ‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet.’ Ik wil er graag bij stilstaan. Het is de aankondiging van Jezus’ sterven. Maar tegelijk van zijn niet-sterven. Want na korte tijd zullen de leerlingen hem weer zien. Hoe zit dit? Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vormen van zien: ‘nog een korte tijd en gij aanschouwt mij niet meer’. Aanschouwen is, zo leerde ik van Harrie, een zien van de buitenkant. De materie. ‘Wederom een korte tijd en gij zult mij zien.’ Dat zien betreft het zien in de Geest. De leerlingen zagen nog niet. Zij bevroegen elkaar over de betekenis van Jezus’ woorden. Zij bevroegen Jezus niet. Het is misschien een beeld van hoe wíj onszelf en elkaar kunnen bevragen over de grote geheimen van het leven, die wij nog niet doorzien. Jezus geeft hen ongevraagd uitleg. Hoe mooi! Als je je oprecht iets afvraagt, dan komt er geleidelijk een antwoord, doorzicht, iets van verstaan. Na korte tijd, aldus Jezus. Maar dát vraag ik me af. Natuurlijk, 3 dagen na de kruisdood werd het Pasen, opstanding uit de dood. En 10 dagen ná Hemelvaart (als de verschijningen aldus de overleveringen, definitief stoppen, maar is dat wel zo? En Paulus dan, heel veel later nog? En met hem nog vele anderen; misschien wel een aantal van degenen die hier nu zitten, aan wie Hij verschenen is), maar die 10 dagen na Hemelvaart dus, wordt het Pinksteren. Dat zijn korte tijdspannen. In mijn leven duurde het langer. Of eigenlijk: soms is er een verstaan, in de diepte. En dan kan het weer tijden stil zijn, afwezig. Wat helpt is de ervaring die geweest is. Ik héb het ondergaan; het/hij ís er! Misschien is het eerder: soms is er een verstaan in de diepte en dan ben ík weer tijden afwezig…. De wereld zal zich verheugen, maar gij zult bedroefd zijn. De leerlingen hebben geproefd van het Koninkrijk, zij kunnen niet meer zonder, niet meer domweg gelukkig zijn. Als je eenmaal het Heel-al hebt ondergaan, dan blijft het verlangen daarnaar bitterzoet aanwezig. En dan de vergelijking met de barende vrouw. Vooraleerst: wat een prachtig beeld! Maar dan komen de vragen: is het waar dat een vrouw haar pijn om vergeet omdat er een méns ter wereld is gekomen? Niet omdat háár kindje is geboren? Is het zo’n alles-

overstijgende ervaring dat het daar bovenuit gaat? Ja, misschien. Want: Jezus maakt in verband met zijn dood en verrijzenis deze vergelijking! Hij zegt niet dat hijzélf als mens terugkeert. Hij overstijgt dus zelf in elk geval zijn persoonlijke leven. Is Jezus trouwens zelf niet die barende vrouw, bezig op dat moment nieuw leven te geven aan zijn leerlingen? En kondigt hij op dat moment niet ook aan, dat de leerlingen die straks droevig zullen zijn, zelf nieuw leven zullen gaan ontvangen? Hier wordt veel tegen ons gezegd over droefheid na verlies, die kan, nee, die zál verkeren in vreugde! Dit brengt me bij Jesaja’s bijna niet te geloven profetie over terugkeer en herstel na de ballingschap. Die écht heeft plaatsgevonden! ‘Zien, erkennen, ter harte nemen en begrijpen’. Woorden uit Jesaja, die ook van toepassing zijn op het grote mysterie van ondergaan en te bovenkomen waar Jezus van getuigt. Het is een proces. Het vraagt tijd om te leren zien! Tijd die wij krijgen, om niet, dag na dag. Ondergaan en te boven komen, dat geldt ook voor ons leven. Soms persoonlijk, in elk geval maatschappelijk. Denk aan alle crises die om antwoorden vragen. Denk eventueel ook aan de uitdagingen die we als gemeenschap hebben. Maar dat was in Jesaja’s tijd niet anders. En in Jezus’ leven evenmin. Mogen we ons daarom in goed gezelschap weten met Jesaja. En onze droefheid in vreugde laten verkeren waar Jezus ons toe uitnodigt. Om leven dat te zien is, door dood heen.