Mc. 4, 35 – 41

Tineke Renkema

Evangelie Marcus 4: 35-41;

1e lezing: Job 38: 1, 8-11

Datum 23-06--2024

Overweging door: Tineke C.M. Renkema-Boersma

Wie is Hij?

Wie is Hij? Wie is Hij toch?

Wie is Hij toch dat wij op Hem zouden willen lijken?

De vorige week was Hij diegene

die ons vraagt ons over te geven aan het geheim

van wat er ondergronds gebeurt

als een zaaier uitgaat om te zaaien.

Ons toevertrouwen aan het geheim

van het zaad dat ontkiemt, opkomt

en vrucht draagt.

Hij, die ons vraagt om ons over te geven

aan dit geheim van het zaaien

nodigt ons vandaag uit in de boot.

Het is en verhaal over een donkere nacht,

over diep water, storm en hoge golven,

over een levensbedreigende situatie.

Uitgenodigd door Hem in de boot naar de overkant,

van vertrouwd land naar vreemd land,

om over te steken

van eigen land naar ander land

uitgenodigd om te gaan over water

geen vaste grond meer onder onze voeten.

Het is avond en het wordt donker.

Hij vraagt: Waag je je?

Hij nodigt ons uit:

Steek over met mij in de nacht!

Hij doet het ons aan,

te verliezen ons houvast,

het zekere weten.

De storm woedt, de golven hoog.

Het stuur wordt ons uit handen geslagen.

We raken uit koers,

ons leven wordt bedreigd,

ons hart krimpt ineen.

Herkenbaar?

Die veilige oever achter ons,

de overkant niet in zicht!

Aan angst ten prooi?

Donkere nacht, diep water.

En zie Hem: Hij slaapt!

Ik ben bang.

Bang om de controle te verliezen,

alles waar ik aan vasthoud,

wat ik wil behouden:

mijn verzekerde bestaan,

de regie die mij uit handen wordt geslagen.

Angst om de ander te verliezen

alles wat mij lief is

mijn leven te verliezen.

Ja, dat het allermeest.

In de nacht worden we ontmaskerd

wordt onze angst blootgelegd.

Angst met zijn verlammende werking.

Angst die ons dof en krachteloos maakt,

Angst die ons opsluit in onszelf,

ons in elkaar doet krimpen

geen grond om op te staan.

Is er dan geen weg?

Ik richt mijn oog op Hem.

Ik zie Hem!

Hij geeft zich over aan de slaap.

Wie is Hij toch?

Is er dan een weg?

En weg die het mogelijk maakt

in de nacht, in de storm in vrede te zijn

in vrede zoals Hij.

Opnieuw val ik terug op mijzelf

ik weet het niet meer

Ik houd het niet meer uit

Ik ben bang.

Ik ben bang om verloren te gaan.

Dan roep ik!

Ik roep het uit, de schaamte voorbij.

Opent zich een weg misschien

door dat roepen, door het uit te schreeuwen:

‘ik ben bang’, ‘ik kan het niet’?

‘Ik ben bang’

Zie Hem!

Hij weigert aan de angst ten onder te gaan.

Hij vertrouwt zich toe.

Geen blind vertrouwen waar de angst wordt ontkend

Maar leven als een bewegen

bewegen in een spanningsveld

tussen angst en vertrouwen.

Hij vertrouwt

blijft in verbinding,

oog in oog,

valt niet aan angst ten prooi

Het is dát vertrouwen

waardoor het vermogen tot handelen open blijft.

Hij nodigt ons uit in de boot

om over te steken naar de overkant,

Oversteken!

Van eigen land naar ander land

Van ik naar Gij, van ik naar jij

Uitgenodigd om te gaan over water

geen vaste grond onder onze voeten.

Het is avond en het wordt donker.

Hij nodigt ons uit:

Steek over met mij in de nacht.

Ik ben met je, Ik zal er zijn!

Hij doet het ons aan.

Hij doet het ons aan

zoals God het ooit Job aandeed hem alles te ontnemen,

te verliezen zijn houvast.

Hij doet het ons aan het vertrouwen te wagen.

Niet het vertrouwen van ‘het komt wel goed’,

maar het vertrouwen dat, als het erop aan komt,

het je gegeven zal worden, om in de storm in vrede te zijn.

Mag het ons zo overkomen!