Gen. 1,1 – 2,3

Els Vis
Lezing
Gen. 1,1 – 2,3

DE SCHEPPING: ONS GEMEENSCHAPPELIJK HUIS

Dit is de Hebreeuwse letter Beth. De eerste letter van de Bijbel die begint met het woord Beresjiet: ‘In het begin’. ‘In het begin’, is het begin van het scheppingsverhaal. Het is geen historisch verhaal, het gaat niet over het begin van de wereld. Het is een betekenisverhaal dat zo’n 26 eeuwen geleden is opgeschreven. Een verhaal dat troost gaf aan een volk in ballingschap, aan mensen in diepe ellende, aan hun lot overgelaten. Ziet God ons nog wel? Heeft God een bedoeling met ons?

Het scheppingsverhaal gaat niet over hoe de wereld is ontstaan, maar waartoe. Waar is het God in beginsel om begonnen? Dat verhaal vindt zijn oorsprong in tijden van woestenij en ledigheid. Het is niet de wereld zoals die was in het begin, maar zoals de wereld is verworden. Een plaats die woest en ledig is. Tohoe wabohoe klinkt dat in het Hebreeuws: een tijd van chaos en verwarring. Een onherbergzame, godverlaten aarde. Het vraagt niet veel verbeelding om die grimmige en woeste wereld in het hier en nu te plaatsen. Er zijn legio voorbeelden over hoe mensen elkaar naar het leven staan. Volgens de Verlichtingsfilosoof Rousseau is dat te wijten aan de uitvinding van bezit, zodra de eerste man een stuk land omheinde en zei: dit is van mij. Van hoeveel oorlogen, ellende en ongeluk had de mensheid bespaard kunnen blijven als iemand toen was opgestaan en had gezegd: “Pas op en luister niet naar deze bedrieger; je dagen zijn geteld als je vergeet dat alle vruchten van de aarde van ons allen zijn en de aarde van niemand.” Aldus Rousseau.

Maar we hébben lijnen getekend op de aarde. Haar opgedeeld in vakjes. Dit is van mij en dat is van jou. We hebben grenzen uitgevonden die anderen niet zomaar mogen betreden, maar het toch doen. Oorlogszuchtige leiders die grenzen overgaan in het veroveren van andermans land uit honger naar macht, uit expansiedrift. Vluchtelingen die grenzen overgaan uit wanhoop, uit ontreddering.

Onder die vluchtelingen bevindt zich een relatief nieuwe groep: de klimaatvluchtelingen. Steeds meer mensen moeten hun huis ontvluchten als gevolg van de effecten van klimaatverandering, zoals stijging van de zeespiegel, bosbranden en verwoestijning. In ons land lijkt het een ver van mijn bed show. Meest illustratief hiervoor is ons nieuwe ministerie voor Klimaat én Groene Groei. We zetten vooral in op technologie om ervoor te zorgen dat we ons consumptiepatroon niet hoeven aan te passen. Terwijl wij Nederlanders gemiddeld drie keer zoveel hectare aan grondgebied verbruiken dan waar we op basis van een wereldwijde eerlijke verdeling recht op hebben.

Deze rustdag herinnert ons aan onze opdracht om voor de aarde te zorgen. Een zorg die te lang is geïnterpreteerd als zouden wij haar eigenaar zijn, bevoegd om haar te plunderen. “Wij zijn vergeten dat wij zelf de aarde zijn,” zegt Paus Franciscus. “Ons lichaam zelf wordt gevormd door de elementen van de planeet, haar lucht geeft ons adem en haar water schenkt ons leven.” Hij noemt Franciscus van Assisi, die niet op het niveau van verstandelijke waardering of economische berekening naar de natuur keek, maar op het niveau van een diepe genegenheid. Omdat ieder schepsel, hoe klein ook, voor hem een broeder of zuster was, voelde hij zich geroepen zorg te dragen voor alles wat bestaat.

En zet dat nou niet weg als irrationele romantiek, waarschuwt Paus Franciscus. Want wij gedragen ons als overheersers, als uitbuiters, als we ons niet verwonderen over de natuur en haar diversiteit, geen ontzag hebben voor haar schoonheid, niet beseffen dat wij met alles en allen verbonden zijn.

Die verwondering, dat ontzag, komt tot uitdrukking in de psalmen die we zongen. Hoe machtig is uw naam, als ik naar de hemel, de maan en de sterren. U wil ik noemen bij Uw naam, die alles met wijsheid gemaakt heeft. De naam van de Schepper klinkt door in elk detail van de schepping, als een signatuur op een schilderij van de kunstenaar. In die naam, die ik Liefde noem, worden wij opgedragen om voor de schepping te zorgen.

Hoe kunnen wij dat doen? Klimaatverandering is een probleem dat voor veel mensen te groot voelt. Heeft het wel zin als ik minder vlees eet, niet vlieg, de auto ruil voor de trein, om te ontspullen, tegels te wippen? Hebben mijn kleine stapjes enig effect op wereldschaal? Het goede nieuws is: JA! Jouw en mijn stapjes alléén zetten weliswaar geen zoden aan de dijk, maar kunnen anderen aansporen om ook een paar stapjes te zetten en die maken anderen weer bewust van wat zíj kunnen doen. Kleine daden kunnen zo uiteindelijk een grote impact hebben. Wij proberen dat ook in ons samenleven te doen.

Met de schepping van de mens als ‘kroon op de schepping’ werden we niet boven de natuur geplaatst, maar er middenin. Geschapen naar Gods beeld en gelijkenis hebben wij het vermogen om te scheppen, te herscheppen. Ja, we maken er een potje van. Maar we kunnen het tij ook keren. Dat is de inspiratie van het scheppingsverhaal. Hoe woest en ledig het ook lijkt, het is niet het einde. Het is Beresjiet, het is het begin van herschepping. Die inspiratie, die inblazing van scheppingskracht, van Roeach, dat is onze kroon.

Roeach, Gods geest, zweefde over de wateren. God sprak: licht. En er was licht. Het woord is de daad zelf. Zeggen is doen. Ultieme daadkracht. Scheppingskracht. Er was licht. Niet het licht van zon, maan of sterren. Die kwamen pas op de vierde dag. Maar het licht dat de duisternis niet kan doven. Geen nacht zo lang of het wordt wel weer dag. Er is hoop! Er is altijd weer een nieuwe morgen.

De natuur is het grootste wonder op aarde. Een magisch samenspel van dieren, planten en mensen. Een samenspel dat zich niets aantrekt van de lijntjes die we getrokken

hebben. “Wij zelf zijn de aarde,“ zegt Paus Franciscus, “het is ons gemeenschappelijk huis.”

Dat brengt mij terug bij de letter Beth dat ‘huis’ betekent. Hebreeuws lees je van rechts naar links. Dit huis wijst ons erop dat we maar naar één kant kunnen kijken: recht vooruit. Het scheppingsverhaal is bedoeld om in tijden van Tohoe Wabohoe de ogen gericht te houden op een levensvatbare toekomst. Mag ook onze scheppingskracht bijdragen aan die toekomst en mag God zien dat het ‘zeer goed is.’