Joh. 2, 1 – 11
Eerste lezing 62 1 - 5
Evangelie Johannes 2 1 – 11
Datum: 19 januari 2025
Overweging door Tineke C.M. Renkema-Boersma
Wat voor mij, wat voor jou? Wat doet het met ons om te horen bij monde van de profeet Jesaja: Wij zijn Gods verlangen! Alleen al die woorden in laten werken: Ja , ik ben Gods verlangen. Als dat geen fundament is! Jezus nam dit op zich, we hoorden het vorige week: Jij bent mijn geliefde Zoon. Dát geloven kan bergen verzetten, water in wijn veranderen!
We zijn in Kana, het land van de heidenen, een achtergebleven gebied. Ja, juist dáár een eerste teken! De eerste van zeven tekenen die Jezus zal doen volgens dit evangelie.. De evangelist Johannes heeft een voorkeur voor dat woord teken. Het woord ‘teken’ verwijst naar iets. Anders dan een wonder verwijst een teken naar wie Jezus is.
Een eerste teken op de 3de dag. De 3de dag is in de Schriften altijd een uitzonderlijke dag. Dán gebeurt het. Op de 3de dag gaat het altijd over een beweging van dood naar leven, van opstaan. Vandaag gaat het over een bruiloft. Het is een dag waar de wijn, als symbool van de liefde gewoonlijk rijkelijk stroomt, maar vandaag …. ?
Jezus en zijn leerlingen behoren tot de bruiloftsgasten.
Ook de moeder van Jezus is aanwezig.
Zíj ziet dat de wijn dreigt op te raken.
De wijn als teken van Verbond,
Juist dáárvan is niet genoeg!
Maria ziet het!
We herkennen er onze tijd, onze wereld in: Zo weinig verbondenheid, zo veel verdeeldheid, zoveel eigenmachtigheid. We zijn meer dan bezorgd. De wijn raakt op. Voor velen ís de wijn al op.
Ja water, zo blijkt verderop in het verhaal, is er in overvloed. Water om te reinigen, schoon te wassen, maar wijn? Wijn als teken van verbond, liefde en trouw ? De wijn raakt op.
Maar hier en daar zijn mensen! Mensen die dat zien en ernaar handelen. Maria waagt het Jezus aan te spreken! Zij, die de stem van de engel heeft gehoord, Hem heeft gedragen, gevoed en gevormd? Zij weet wie Hij is, waartoe Hij bestemd is. Durft ze Hem daarom aan te spreken, een beroep op Hem te doen? ‘Heer, ze hebben geen wijn meer’!
De reactie van Jezus klinkt scherp en alles behalve bemoedigend: ‘Vrouw wat heb ik met jou te maken. Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Ik zal niet toch niet de enige zijn, die op grond van een dergelijk antwoord mij wellicht zou terugtrekken. Het is niet ondenkbaar dat ik me door deze woorden afgewezen zou voelen, verontwaardigd, ontgoocheld. Maar zo niet Maria! Zij blijft staan in haar vertrouwen in Hem. Ze is blijven luisteren! Zij heeft niet alleen gehoord: ‘Vrouw wat heb ik met jou te maken’, maar wellicht ook het vervolg van zijn woorden: Daar waar Hij zegt: ‘Mijn tijd is nog niet gekomen’. Hij wacht wellicht, eer hij iets doet, op Gods tijd!
Maar dat is nog niet alles. Bij nader onderzoek is er nog meer te zeggen over het antwoord van Jezus op Maria. Waar in onze vertaling staat: ‘Vrouw wat heb ik met jou te maken? ‘ staat er letterlijk, zo las ik bij Kees Waaijman: ‘Vrouw wat voor mij, wat voor jou?’
Het is een Hebreeuwse manier van spreken die juist beroep doet op wederkerigheid. Iets als : Wat kan ik voor jou en wat kun jij voor mij betekenen, wat kunnen wij voor elkaar doen.
En Maria doet wat zij kan doen: Zij gaat naar de bedienden en vraagt hen om Jezus te vertrouwen: ‘Doe wat Hij u zeggen zal’ Maria doet wat zij moet doen. Zij doet het hare. Om dan vervolgens op haar beurt aan de bedienden te vragen te doen wat aan hen is. Zo ontstaat een voortgaande beweging van wederkerigheid. De bedienden geven op hun beurt gehoor. Zij doen wat bij hen hoort. De lege vaten, bedoeld om te reinigen, worden gevuld met water.
En dan is Jezus uur gekomen! Dan kan Hij het Zijne doen: het zuiverende water omvormen tot wijn als symbool van de liefde.
Wij zijn Gods verlangen! Dat wagen te vertrouwen, zoals Jezus dit deed!
Hij nam het op zich Gods verlangen te zijn,
te wachten op zijn tijd, op Gods tijd,
om dan bergen te verzetten, water in wijn om te vormen.
Het is mij, aan jou, aan ons samen
om ons er niet bij neer te leggen.
dat de wijn opraakt.
Het is aan ieder van ons, aan mij en aan jou,
om het jouwe en het mijne te doen.
Het is Gods verlangen.
dat ieder van ons antwoord geeft,
opdat Hij het Zijne kan doen!
Dan is het Gods tijd!
Mag het zo zijn!