Lc. 10, 25 – 37

Marjan Hoeijmakers

Evangelie Lucas 10: 25-37

Datum 13 juli 2025, 15e zondag door het jaar Overweging door Marjan Hoeijmakers

Belangeloze liefde

We hoorden zojuist een voor iedereen wel bekende schrifttekst. De gelijkenis die Jezus vertelt over de barmhartige Samaritaan. Ik weet niet hoe het jullie vergaat maar mijn eerste spontane reactie is dan JA. Natuurlijk. Je laat iemand niet gewond op straat liggen. Ik zou meteen toeschieten en hulp bieden. Als ik wat dieper kijk en voel dan is er als hulp meer vraagt dan een pleister plakken ook wel beredeneerde twijfel. En zelfs een NEE als dit betekent dat ik ver buiten mijn comfortzone moet acteren. Belangeloze liefde voor wie mijn hulp nodig heeft. Hoe dan? Ben ik daartoe geroepen? Jij, wij als gemeenschap?

Jezus geeft een wegwijzing met de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Ingeleid door de vraag van een wetsgeleerde aan Jezus hoe het eeuwig leven te kunnen ontvangen. In die tijd was het standpunt van de Rabbijnen dat dit mogelijk zou zijn door strikte wetsbetrachting. Zou Jezus er net zo over denken of zou hij er andere criteria op na houden? Het antwoord van de wetsgeleerde, op Jezus wedervraag wat er in de wet geschreven staat en hoe dat te interpreteren, getuigt niet alleen van het onderhouden van de geboden. Maar ook van een persoonlijke relatie met God en medemens. Hij gebruikt namelijk het viervoudig hart dat de hele mens omvat en uitgaat van volledige toewijding, aan God en de naaste. Het gaat om de inzet van je hart-ziel-kracht en verstand. BRAVO zegt Jezus, pas het dan zelf toe en doe dat in je eigen leven. Daar ontbreekt het de wetsgeleerde blijkbaar nog aan. Op de vraag wie dan de naaste is, of niet, geeft Jezus hem en ook ons vandaag een voorbeeld. Waarbij hij niet de naaste aanwijst maar de vraag omdraait naar ‘hoe ik de naaste kan zijn voor de ander?’

Een man ligt op de eenzame en onveilige weg van Jeruzalem naar Jericho. Berooid en half dood. De vluchteling aan onze landsgrenzen uitgekleed en teruggedreven in onveilig gebied. Beroofd van zijn menselijkheid. Priester en Leviet zien de man maar gaan er met een boog omheen. Religieuze leiders, vastgeroest in hun eigen systeem en gemeenschap waar de vreemdeling in die tijd van werd uitgesloten. Of, bang om onrein te worden? Onze politieke leiders die zeggen ‘eigen volk eerst’. Asielzoekers zonder status beschouwen we als criminele indringers, on-mensen, waar we ons van moeten ontdoen. Van het systeem en hooggeplaatste leiders heeft de vluchteling, de mens in nood ook hier en nu niets te verwachten. Zelfs geen bed, bad en brood.

En dan, hulp uit onverwachte hoek. Van een op doorreis zijnde man. Een ongeziene, door joden gehate, Samaritaan. Hij ziet de gewonde man ook liggen, maar anders. Hij ziet hem met zijn hart, raakt ten diepste bewogen en komt in actie. Niet gehinderd door enige twijfel verzorgt hij zijn wonden met olie en wijn, brengt hem naar een herberg en verzorgt hem daar verder. Op zijn eigen kamer? Als hij zelf rustig verder reist, geeft hij de herbergier geld voor wat de man nodig heeft. Afgelopen weekend werd ik geraakt door de vrouw, in het verhaal in de Correspondent van Mugisha die we kennen van de huiskamer in Eindhoven. Deze vrouw ziet hem in verwaarloosde staat op straat, en neemt hem zonder vragen of enige voorwaarde, mee om kleren voor ‘m te kopen. En zo zijn er meer initiatieven van liefhebbende naasten. Zien, bewogen worden, in beweging komen. Belangeloze liefde geven aan wie dan ook die ze nodig heeft! Hoezo, strafbaar gedrag?

Jezus en de Samaritaan lijken op elkaar. De Samaritaan is als Jezus. Twee kenmerken van deze ongeachte mannen wil ik nog even in het licht zetten. Als eerste, alleen in dit evangelie en in de lofzang van Zacharias wordt het Griekse woord eleos gebruikt dat ‘ontferming doen’ betekent. Het gaat om de goddelijke ontferming. God heeft er geen belang bij zich over ons te ontfermen maar doet het wel. In het doen en laten van Jezus en van de Samaritaan wordt Gods ontferming en liefde zichtbaar. Dat kan ook voor ons opgaan. Ten tweede, lezen we dat de Samaritaan innerlijk bewogen werd bij het zien van de noodlijdende man. Deze woorden van geraakt zijn tot in het diepste van je wezen worden in de Schrift alleen voor Jezus gebruikt. Die diepe bewogenheid zet hem altijd aan tot daden van liefde. Zó wordt je naaste. Beaamt ook de wetsgeleerde.

Naaste zijn, naastenliefde doen. Om niet. Zo zijn we geroepen en worden we vandaag op weg gezet!

Laten we daar nog even stil bij zijn.