Lc. 10, 38 – 42
- Lezing
- 1 Samuel 1, 1-20
Marta, Marta … en wat zegt God tegen ons?
Een lang verhaal uit het Oude Testament en een kort verhaal uit het Nieuwe Testament. Beide gaan ze over twee vrouwen die het niet goed met elkaar kunnen vinden. Hanna en Peninna, de twee vrouwen van Elkana; Martha en Maria, twee zussen bij wie Jezus op bezoek komt. In beide verhalen leven de twee vrouwen als het ware met de rug naar elkaar toe. Hanna wordt vernederd door Peninna. Marta wordt boos op Maria omdat ze niets doet.
Wat de verhalen verbindt, is dat in beide gevallen de vrouw om wie het gaat opstaat uit de situatie die haar gevangen houdt. Hanna richt zich tot God omdat ze geen kinderen kan krijgen. Dat doet ze zo intens dat de priester Eli denkt dat ze dronken is. Maar zij richt zich tot God, dat is het scharnierpunt. Marta blijft maar bezig om Jezus te ontvangen, en stoort zich aan haar zus Maria, en richt zich Jezus, en dan krijgt ze nieuw inzicht. In al haar zwoegen is ze vergeten waar het eigenlijk om gaat.
Eerst nog even terug naar het oude testament. De namen, die staan er niet voor niets. Elkana had twee vrouwen, Peninna en Hanna. Elkana betekent: ‘God brengt voort’. Peninna betekent ‘vruchtbaar’ en ‘koraal’ (mooi koraal) en Hanna betekent ‘God is genadig’ . God brengt voort en God is genadig. Het lijkt er niet op, het lijkt soms nergens naar in de wereld waarin wij leven, maar het staat er wel. Wij kunnen wel heel vruchtbaar willen zijn, en ook als gemeenschap met een nieuwe kapel als een koraal gaan schitteren, maar wat zegt dit verhaal? Het roept op om allereerst te geloven in een genadige God, hoe moeilijk dat ook is. Dat is ook de basis van ons samenleven.
Het mooie is nu dat het verhaal van vanmorgen hoort bij het verhaal van de barmhartige Samaritaan, als de andere kant van de medaille. Dit verhaal volgt zonder overgang erna! We hebben net gehoord dat onze naaste de gewonde man is aan de kant van de weg, en dat geloven bestaat uit in actie komen, en dan komt er nu een verhaal waarin het erom gaat om aan de voeten van Jezus te zitten en te luisteren.
Dan nu de zussen Marta en Maria die Jezus ontvangen. Nee, Jezus breekt hier niet het brood, hij láát zich bedienen. In de tekst staat trouwens dat er meer gasten zijn, en ook is wel opgemerkt dat Jezus hier niet meehelpt in het bedienen, maar zich alleen tot Maria richt. Maar belangrijker is hier het verhaalbegin: Marta ontvangt Jezus. Het verhaal gaat over Marta. Dit evangelieverhaal kan makkelijk verkeerd kan worden uitgelegd. Alsof de liefdevolle praktische inzet van Marta er minder toe doet. Alsof Jezus de voorkeur geeft aan de luisterende Maria.
Marta is goed bezig. Zij is dienend bezig. In de Griekse tekst staat hier het woord ‘diakonein’ waarvan ons woord diaken is afgeleid. Marta, die dienend bezig is, mag er dus zijn! Zij is een toonbeeld van liefde. In het evangelie van Johannes wordt ook apart vermeld
dat Jezus Marta liefhad. Ze mag er zijn. Helemaal. Zoals de barmhartige Samaritaan er juist mag zijn: gerechtigheid doe je. Dienen is naastenliefde
Er staat dat Marta helemaal in beslag werd genomen door de zorg voor haar gasten, door haar intensief diaconaat. Ze is erdoor ingesloten, staat er letterlijk. Ze is daardoor onvrij, ze kan niet meer onbekommerd bezig zijn, lijkt het wel. Dat kan je dus gebeuren. Je kunt betrokken bezig zijn, maar tegelijk in de ban raken van je bezig zijn. Tegenwoordig zouden we zeggen: je loopt het risico burn-out te worden. Het is dan moeilijk te accepteren als iemand niet meedoet. Of steviger gezegd: dat ergert je bovenmate. En voordat je het weet raak je weg van de bron van liefde in je leven. En, Marta zegt het niet tegen Maria, maar over haar hoofd heen in haar bijzijn, tot de man die zij ziet als Man Gods
Er is een bijzondere uitleg van dit verhaal die sommigen onder ons misschien wel kennen, maar die ik hier graag wil vertellen, met daarna ook nog enkele gedachten voor ons als gemeenschap. Het gaat om een preek uit de middeleeuwse mystieke traditie, een preek van Meister Eckhart. Die heeft spannende en wijze dingen over Marta en Maria gezegd. Hij was een beroemde Dominicaan die rond 1300 preekte in de volkstaal in Duitsland. Hij zei in een preek over ons Bijbelgedeelte: Marta maakte zich zorgen, omdat zij zo van haar jongere zus hield. Zij, Marta, was de rijpere zus met levenservaring. Zij wist met haar hart dat luisteren naar het woord van Jezus vraagt om ernaar te leven. Dat wist zij als wijze vrouw. Als haar zusje Maria aan de voeten van Jezus zou blijven zitten, dan ontbreekt er iets aan haar. Liefde wordt volkomen in ons gedrag. Elders staat dat wie Jezus’ woorden hoort en doet, lijkt op iemand die zijn levenshuis op een rots bouwt. Maar wie niet doet wat Jezus zegt, krijgt een levenshuis zonder fundament. Dat stort bij tegenslag zomaar in. Marta wil niet dat haar zus dat overkomt. Ze moet Jezus’ woorden doen. Met die liefdevolle bezorgdheid gaat ze naar Jezus. Het is goed als Jezus daar iets van zegt!
Het is dus goed dat Marta in liefde hoopt dat Maria tot liefdevol handelen komt. Maar kennelijk kun je daarover ook té bezorgd zijn. Je kunt met de beste bedoelingen, ja, vanuit je liefdevolle betrokkenheid, druk bezig zijn met van alles en nog wat. Je kunt vanuit liefdevolle zorg een ander daarbij willen betrekken. Je denkt: dit en dat moet gedaan worden en het is goed dat die ander daaraan meedoet. Dat is voor die ander ook goed. En zomaar schrompelt de wereld ineen tot wat je je zelf ten doel hebt gesteld. Wat jij ziet als wat nodig is. Je wordt gevangene van je oordeel. En voor je het weet, zit je in een kramp. Gebiologeerd door het werk dat nog niet klaar is of door wat in die ander nog niet voltooid is.
En dan zegt Jezus: ‘Marta, Marta’. Dat komt niet vaak voor in de Bijbel, twee keer de naam. Abraham, Abraham, steek je hand niet uit naar de Isaak. Saul, Saul, waarom vervolg je mij. Marta, Marta,
In Marta kunnen wij ook oplopen tegen onze gevangenschap in het bezig zijn. We kunnen ons laten opslokken in al het werk dat gedaan moet worden en daarin ook oordelen hebben over anderen, terwijl dienst in Gods Koninkrijk juist bevrijdend mag zijn. Dit verhaal zegt ons dat we pas bezig kunnen zijn op basis van een luisterend leven.
Dan kunnen we aandacht hebben voor wat werkelijk belangrijk is. Dan kunnen we elke dag ruimte blijven scheppen voor onvermoede dingen. Dan kunnen wij leren vertrouwen op de werkingskracht van Gods liefde in mij en in anderen.
Marta, Marta. Nee, Jan Jan, waar ben je mee bezig? Waarom maak jij je zo druk over wat anderen niet doen? Eigenlijk is het pecies goed dat we dit evangelie in vakantietijd horen. Zo hebben we ruim gelegenheid om komende week ieder voor ons de vraag te horen die begint met twee keer onze eigen naam.